Posts tonen met het label Guido Lauwaert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Guido Lauwaert. Alle posts tonen

vrijdag 16 december 2016

TONEELGROEP AMSTERDAM WORDT BELOOND


EEN ZOPAS BINNENGELOPEN BERICHT  

De belangrijkste sponsors van Toneelgroep Amsterdam [tga] herhalen hun vertrouwen in het gezelschap. In plaats van het bericht te plunderen en flink beschadigd onder eigen naam te publiceren, krijgt u het integraal in de versie zoals het aanmeerde in mijn mailbox. 
Extra: twee foto's van de gescheiden plechtigheden, aan het verschil van locatie en aan het hemd te zien van algemeen directeur van tga, Ivo van Hove. 
Het is geen wereldnieuws, maar wel belangrijk. Omdat het aantoont hoe kunst en economie prachtig kunnen samenwerken als beide partijen op gelijke voet staan: Het succes van tga is namelijk bovengronds te merken aan de producties, maar ondergronds aan de gedegen structuur en een ijzersterk bestuur. Dat is niet alleen het werk van de algemeen directeur, maar van een hechte ploeg, zowel individueel functionerend als in groep. 

guido lauwaert 
gent, 2016-12-16 




PERSBERICHT, 16 DECEMBER 2016
Accenture en Rabobank kiezen voor Toneelgroep Amsterdam
Deze week bekrachtigden de twee hoofdpartners van Toneelgroep Amsterdam de voortzetting van hun samenwerking. Zowel Rabobank Amsterdam, als Accenture onderkennen hiermee het belang van TA voor de internationale uitstraling en de economische bedrijvigheid van de stad.
Met ingang van 2017 worden de corporate partnerships van TA met zowel Rabobank Amsterdam (Amsterdam Partner), als Accenture (Performance Partner) voortgezet voor een periode van meerdere jaren. TA behoort (inter)nationaal tot de gezichtsbepalende gezelschappen van de culturele en creatieve sector in Nederland. Met een jaarlijks bezoek van meer dan 120.000 toeschouwers vervult TA zowel een economische, als een internationale ambassadeursfunctie voor Amsterdam als stad waar het goed toeven en investeren is. Het gezelschap heeft daarnaast bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van jong talent. De combinatie van deze internationale werking, de sterke binding met de lokale samenleving en de aandacht voor talentontwikkeling vormen de verbindende factoren voor Rabobank Amsterdam, Accenture en TA om hun samenwerking te verlengen.
Ivo van Hove, directeur Toneelgroep Amsterdam: ‘Wij zijn zeer verheugd dat onze beide partners de samenwerking met TA continueren. Dit is een duidelijk signaal dat, ieder binnen het eigen vakgebied, overtuigd is om te investeren in excellentie, innovatie en talentontwikkeling. Rabobank Amsterdam en Accenture zijn vanaf de eerste dag dat onze partnerships van start gingen, loyale en betrokken partners gebleken. Ik ben van mening dat hun blijvende toewijding aan het delen van kennis een verdere verrijking betekent voor onze ambities. TA is er trots op om samen te kunnen werken met deze twee toonaangevende bedrijven.’
Alphons Kurstjens, Directievoorzitter Rabobank Amsterdam: 'Wij zijn verheugd ons partnership met Toneelgroep Amsterdam, één van Amsterdams meest toonaangevende culturele instellingen, te verlengen. Als Amsterdam Partner van het gezelschap onderkennen wij hiermee het belang van TA voor de internationale uitstraling en de economische bedrijvigheid van de stad.'
Manon van Beek, Country Managing Director Accenture: 'Wij brengen het partnership graag weer een stap verder. Als Performance Partner zoeken we voortdurend naar de optimalisering van de samenwerking, zo blijven we samen groeien. De combinatie van de inhoudelijke verbinding en de opvallende overeenkomst op het gebied van innovatie maakt dat ons partnership met TA boven een gewone sponsorrelatie uitstijgt.’
TA is ervan overtuigd met Rabobank Amsterdam en Accenture de juiste partners te hebben gevonden om haar langetermijndoelstellingen te behalen. Zij maken het mede mogelijk om ook in de toekomst een zo breed mogelijk publiek van kwalitatief hoogstaande producties te voorzien en de talenten van morgen te waarborgen.


Rechts: Alphons Kurtjens, directievoorzitter Rabobank, Amsterdam
[foto: Bart Lunenburg] 

Rechts: Berend de Jong, Managing Director Accenture
[foto: Bart Lunenburg] 

 

maandag 12 december 2016

DE MEIDEN



Foto Jan Versweyveld 
 Als Marieke Heebink en Chris Nietvelt niet op het toneel hadden gestaan, leek het of men terug in de tijd was geslingerd, net vóór Aktie Tomaat. De meiden van Jean Genet is een productie van Toneelgroep Amsterdam om te vergeten. 

Mankementen
De openingsscène is te lang, de muziek storend, het decor lelijk, de belichting rommelig, de kostuums uit de tijd, tenzij het net de bedoeling was om terug te keren naar het geboortejaar van het stuk, 1947. Het mimespel als overbrugging [want de eenakter is opgedeeld in zeven scènes] beschamend. Zelfs bij hedendaags schooltoneel durft de regisseur dit ingrediënt er niet meer tussen te schuiven.
Regisseur Katie Mitchell heeft een idee gehad: ‘De meiden zijn Poolse immigranten die door hun madame gegijzeld en geterroriseerd worden. Dat verklaart de wil om haar te vermoorden.‘ Nederlands wordt daarom doorspekt met Pools, zowel op het toneel als bij de boventiteling. Geen bezwaar tegen een stuk waarvan de fundering een migratieprobleem is. Het echter als pronkstuk gebruiken is beschamend. En vernederend voor het oorspronkelijke stuk. Want de catacomben van het stuk van Jean Genet gaan een heel andere richting uit. 

De aanleiding 
De auteur is vertrokken van een fait divers uit 1933. In de buurt van Le Mans hebben twee zussen, huispersoneel, hun bazen - mevrouw en haar dochter - vermoord. Een gruwelijke daad. De ogen werden levend uitgerukt en daarna werden ze geslagen en gedood met een keukenmes, een hamer, wat ze ook maar bij de hand hadden. Een ophefmakend proces volgde met een doodvonnis. 
Marieke Heebink & Chris Nietvelt
Foto [e.v.]: Jan Versweyveld 
Plot  
De zusjes Solange en Claire zijn meiden in het huis van een mevrouw en haar minnaar. Hij zit in de gevangenis maar halverwege het anderhalf uur durende stuk gaat de telefoon en zegt hij dat hij vrijgelaten is en geeft de plek door waar hij mevrouw verwacht. Zij komt thuis, kaffert de meiden uit, heeft daar spijt van, overlaadt ze met kleren en juwelen, verneemt het goede nieuws en vertrekt halsoverkop. Zonder te drinken van de kamillethee met een overdosis slaappillen. Geen tijd! meneer wacht! De zussen haten het ene moment hun mevrouw om haar het andere te beminnen. De snelle wisselingen van de gemoedstoestanden van mevrouw zijn daar niet vreemd aan. Waardoor ze mevrouw – vaak wisselend van rol – imiteren. Het schept zulke verwarring in de hoofden van de meiden, dat ze verdwalen in het land van de verbeelding en Solange [als meid] Claire [als mevrouw] aanspoort, op het dwingende af, de vergiftigde thee te drinken. Wat gebeurt. Slotwoord en doek. 

Invloed 
Jean Genet schreef dit stuk, beïnvloed door de legendarische theaterfilosoof Antonin Artaud (geen traditionele plot of psychologie) en van het Oosters theater, de ceremonie en het ritueel. Daarom gaat hij werken met het exhibitionisme eigen aan de acteurs zoals hij dat ziet. Vandaar de “verdubbeling” van de personages. Elke acteur is een gender. Hij mag naar hartenlust slachten en vermoorden, van geslacht verwisselen. Wisseling van identiteit kan een lust zijn zowel als een last, wat vaak sadomasochisme tot gevolg heeft. In de catacomben van dit stuk dolen haatliefde, ketens tussen mensen, verhouding slaaf-meester, maar ook theater in het theater. En juist dat laatste zorgt voor een voorstelling van ritueel exorcisme. Ten grondslag van dit al ligt de vraag: Wat ben je bereid op te offeren en wat wil je bereiken. Vergeten we ook niet dat Genet dit stuk schreef in een periode dat homoseksualiteit nog een misdrijf was in de Westerse wereld. Het theater is een bordeel, oord van illusies en exotische fantasie. Daarom ook die botsing van poëtische taal en scabreuze gegevens. Niet onbelangrijk is dat Genet dit stuk schreef voor mannen, maar geen bezwaar maakte tegen vrouwen voor de drie rollen. Een schepje bovenop de complexiteit die het al heeft. 

Graatmager concept
De complexiteit die Genet in dit stuk stak is door Katie Mitchell weggegooid. Zij koos voor een sterk doorgedreven traditionele versie. Vandaar misschien een voorstelling van voor de tomatenoogst. Is dat het geval komt de boodschap niet over. Haar concept ontbreekt vorm en inhoud om die te zien, en een link die de band legt met de tijd waarin Genet dit stuk schreef. Misschien was die er wel door de kostumering. Helaas te mager; hij wordt gewurgd door de verenigde mankementen. Haar standpunt over het misbruik van uitgebuite vluchtelingen bij de welgestelde klasse, is bovendien een staketsel die de voorstelling nog schever trekt dan ze al is.
Geen schuld treft Marieke Heebink [Claire] en Chris Nietvelt [Solange]. Zij acteren op hoog niveau, stijlvol en houden het spel kort. Thomas Cammaert [madame] kwam, was en vertrok zonder atletiek in zijn gevoel. Nochtans is hij een zeer goed acteur. Zijn talent werd helaas niet aangesproken door de regisseur.

Toneelgroep Amsterdam… doe ons dit niet meer aan.
guido lauwaert

DE MEIDEN – auteur Jean Genet – regisseur Katie Mitchell – productie Toneelgroep Amsterdam – info & speellijst www.tga.nlquotering: **
[volgend seizoen te zien in deSingel – Antwerpen] 

maandag 5 december 2016

JOSEPH ROTH: Joden op drift


Joseph Roth 

Als je denkt alles gelezen te hebben van Joseph Roth, komt daar Els Snick die zekerheid onderuit halen met de vertaling van Juden auf Wanderschaft. Zijn ‘jodenboek’, zoals Roth zijn eigen boek noemt in een brief aan zijn vriend en financiële steunbalk Stefan Zweig, verscheen in 1927 in Berlijn. Haast tien jaar later voegde hij er twee hoofdstukken aan toe en die versie, vertaald en met een voorwoord van Geert Mak, verscheen onlangs onder de titel Joden op drift bij de – zeker in Vlaanderen onderschatte – Uitgeverij Bas Lubberhuizen. 





Strijder en speurder
Joseph Roth [1894-1939] was een Oostenrijks-Joodse schrijver en journalist, zo leert ons oom Google. De droge informatie van oompje wordt heerlijk gesausd door Els Snick, literair vertaalster en docente Duits aan de Gentse universiteit, het hoofdkwartier van de Verlichting in Vlaanderen.
De lezer die meer op zijn bord wilt dan wat oompje weet over Els Snick, kan zelf wel een oordeel vellen over haar passie voor Roth. Met dezelfde gedrevenheid als een veldheer [v] wil zij dat deze auteur met een koningskroon niet vergeten wordt. Naast een strijder haute couture is zij bovendien een literair speurder. Zij diept het marginale, minder bekende werk van Joseph Roth op, foto’s, documenten – plaatst ze in tijd en ruimte, ordent het allemaal netjes en weet elk nieuw resultaat uitgegeven te krijgen in fraaie boeken met heerlijke illustraties. 

Geschilde geschiedenis
Door het werk van Els Snick krijgt het leven en werk van Joseph Roth een meerwaarde. Leren de romans veel over het woelige Europa van de eerste helft van de twintigste eeuw, door de randinformatie en vertalingen van het werk achter de zijlijn wordt de lezer niet opgenomen in de vriendenkring van Roth, maar zit hij aan een tafeltje ernaast en hoort waarover de kring het heeft. De geschiedenis wordt door Els Snick geschild tot de lezer een helder beeld heeft van de vrucht te land, ter zee en in de lucht. Waar de gekneusde plekken zitten van wat Europa politiek, sociaal en cultureel beroerde in en vlak vóór het interbellum. 

De joodse humor
Els Snick publiceerde eerder – naast vertalingen van romans van Joseph Roth – beschouwende studies. Waar het me slecht gaat in mijn vaderland, Joseph Roth in Nederland en België, Hotelmens en Duitsland op het spoor. Met Joden op drift komt eindelijk het prachtige essay van de Oostenrijkse jood in de handel en gaat op wandel. De joodse humor is wereldberoemd, staat even hoog gequoteerd als de Engelse, maar rijdt op een ander spoor. De Engelse relativeert het eigen savoir-vivre zonder spot. Bij de joodse heb je die spot wel, tot op het bot. En net als Cyrano de Bergerac niet kan uitstaan dat iemand anders een grap maakt over zijn neus, maar er zelf bij elke gelegenheid de spot mee drijft, zo kunnen joden niet lachen met een joodse grap van een niet-jood, terwijl ze zelf hun eigen cultuur gebruiken als aandrijfmotor van de Westerse lachband. Het hele palet komt aan bod: van satirisch tot satanisch. 

Joods antisemitisme
Joseph Roth schetst in Joden op drift een prachtig beeld van de jood als de eeuwige – politiek, economisch, cultureel gedwongen – zwerver, maar tevens hoe de jood, rijk of arm, dat soms aanvaardde, ja, dat antisemitisme vaak stimuleerde. De holocaust [die Roth niet heeft meegemaakt] is in de beginperiode zijdelings gestimuleerd door de joodse notabelen, uit eigenbelang. Roth wijst met een scherp gepunte vinger op de voorgeschiedenis ervan.
Een fragment ter staving: ‘In hun begrijpelijke streven het ofwel niet te willen zien ofwel te ontkennen, en in de tragische verblinding die in de plaats lijkt te zijn gekomen van het verloren of verwaterde geloof van hun vaderen en die ik het bijgeloof aan de vooruitgang noem, voelden de Duitse joden zich ondanks allerlei symptomen van antisemitisme Duitsers als alle andere; op religieuze feestdagen in het gunstigste geval joodse Duitsers. Velen onder hen waren helaas geneigd de naar Duitsland uitgeweken Oost-Europese joden verantwoordelijk te stellen voor de antisemitische instincten. Het feit dat ook joden antisemitische instincten kunnen hebben, wordt vaak over het hoofd gezien.’ 

Een schetsboek
Dat [fragment] is droge kost. Op z’n best is Joseph Roth als hij de luchtige toer opgaat. En ijl is dat luchtige meer dan eens. Wanneer hij de houding, de gevoelens van de joden uit het Oosten tussen WO I en WO II in Duitsland, de Sovjet-Unie, Oostenrijk aankaart. Van Galisische afkomst is hij daarvoor de ideale man. Zijn voorwoord is een pracht van een ouverture bij de uitdieping verder in het boek, al schrijft hijzelf dat hij een schetsboek schreef: ‘Dit boek is helaas niet in staat het probleem van de joden uit Oost-Europa met de omvattende diepgang te behandelen die het vereist en verdient. Het probeert alleen een beeld te schetsen van de mensen die dat probleem uitmaken en van de omstandigheden die het veroorzaken. Het behandelt slechts een aantal onderdelen van een enorme hoeveelheid stof die van een auteur, om haar in haar volledigheid te behandelen, een even lange zwerftocht zou vergen als een paar generaties Oost-Europese joden hebben meegemaakt.’ 

Luxezwerver 
Een schetsboek dus, maar een boek van 700 bladzijden met 7000 voetnoten zal minder gemakkelijk zijn weg naar het grote publiek vinden. Joseph Roth was er ook de man niet naar om zich terug te trekken in archieven en bibliotheken. Hij was een luxezwerver. Hij trok van hotel naar hotel en had hij geld betaalde hij zijn kamer en had hij er geen dan kreeg hij een kamer op de zolder en het onderste uit de kan en de pan. Dat rondtrekken maakt juist de kracht en de impact uit van Joden op drift



Quotes en mokerslagen
Wat valt er over dit boek nog te zeggen? Wat quotes en mokerslagen om de leeslust te bevorderen lijken me het beste. Hier gaan we.
‘De joden hebben geen “vaderland”, maar ieder land waar ze wonen en belastingen betalen verwacht dat ze zich als patriotten en helden gedragen en verwijt hen niet graag te sterven. In die situatie is het zionisme werkelijk nog de enige oplossing: als ze patriotten moeten zijn, dan zijn ze dat liever voor een eigen staat.’
‘Nationaliteit is een westers concept.’
‘Als hij [de jood gl] gegeten heeft en als de maaltijd hem gesmaakt heeft, is hij zelfs in staat bretellen te kopen, ook al verkoopt hij die zelf in zijn winkel.’
‘Ze sturen hem niet van Pontius naar Pilatus, ze sturen hem van de wachtkamer van Pontius naar de gesloten deur van Pilatus. Alle staatsdeuren blijven voor hem gesloten. Ze zijn slechts open te krijgen door middel van kantoorklerken. En als er iemand is die aan het terugsturen van mensen plezier beleeft, dan zijn het kantoorklerken.’
‘Je ondergaat de beledigingen en neemt de omwegen. Dan heb je de papieren.’
‘… en dat ons leven kort is, nog korter dan het leven van de olifanten, de krokodillen en de raven. Zelfs de papegaaien overleven ons.’
‘Ach, de gemene wereld denkt in de gebruikelijke, goedkope, versleten clichés.’
‘Wie dieren foltert wordt bestraft en wie mensen foltert krijgt een medaille.’

Extra genot
Een bijzonder leerrijk boek dus. Geen studieboek maar ook geen tussendoortje. Leest heel vlot – gefeliciteerd Els Snick met je vertaling – en het bezorgt de lezer een verlicht gevoel in het hoofd, zodat de keiharde waarheden die het bevat wel bijblijven, maar geen schuldgevoel opleveren. Voor extra genot zorgen de tekeningen van Paul van der Steen. Op het eerste gezicht zijn ze nuchter, maar wie de tijd neemt en ze nauwgezet bekijkt ziet er de muziek in van Gustav Mahler, de poëzie van Dorothy Parker en de films van Mel Brooks. Een paar worden gescand, uitvergroot en ingelijst. Krijgen een ereplaats in mijn bibliotheek. 

Tekening: Paul van der Steen 

Persoonlijk standpunt 
Ik gun elke mens welstand en voorspoed, ook de joden, ook in België, maar wat de rechtse joden de Palestijnen aandoen, is walgelijk en de houding van het politieke Westen schandelijk. Een goede [joodse] vriend heeft als jongeling in de zesdaagse oorlog gevochten onder generaal Moshe Dayan. Ook hij vindt de huidige politiek een langzame wurging van de Palestijnse staat.
Maar dat standpunt houdt mij niet weg van de boeken van Joseph Roth en alles wat over hem verschijnt. Hij huist in de Top Tien van de literaire politici met wereldfaam van de twintigste eeuw. 

guido lauwaert
gent, 2016-12-05 


JODEN OP DRIFT
Auteur: Joseph Roth
Vertaler: Els Snick
Uitgeverij Bas Lubberhuizen
2016 – € 14.99
ISBN 9 789 059 374 614
www.lubberhuizen.nl 

maandag 21 november 2016

SNEEUW


Foto Erik van Zuylen 

De roman Sneeuw van de Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk is niet zijn beste boek. Langdradig, mist tempo en actie, sleept zich op klagerige toon voort. Regisseur Luk Perceval is er alsnog in geslaagd uit het verhaal een boeiende voorstelling te vissen. Kortweg: Sneeuw van het NTGent is koud, statisch, maar stilistisch prachtig. 

Een regisseur tracht, via een verhaal, ons, toeschouwers, iets te vertellen van wat hij heeft meegemaakt, wat hij aanvoelt als geluk, twijfel of droefenis. De manier waarop hij het verhaal vertelt, puurt hij uit een vorm van kunst of literatuur. Wat die vorm ook is, het is de logische weg om zijn ervaring karakter te geven. Op een wijze waarvan hij hoopt dat de toeschouwer het begrijpt en aanvaardt. 

Het verhaal dat Luk Perceval – met de steun van dramaturg Steven Heene – heeft gevangen, is maar een beperkt gedeelte van de roman. Wat Turkije politiek is en hoe het militair in de huidige situatie is beland, onder druk van wijzen en profeten van een godsdienst – al de filosofietjes en anekdotes daaromtrent, heeft het duo geschrapt. Zo wordt ook het verbod op het dragen van de hoofddoek dat leidt tot zelfmoord bij meisjes, een marginaal gegeven. Perceval & Heene hebben zich geconcentreerd op een liefdesaffaire. 

Een dichter, Ka, keert, onder het mom van journalist met een opdracht, naar zijn geboortestad terug om een oude vlam weer te vinden en te trachten de verhouding nieuw leven in te blazen, want, obsessie die hem vervolgt: de liefde was zo kort, het vergeten zo lang. Wat op een sisser uitloopt. Ze is weliswaar gescheiden, maar haar ex wil haar terug en zij heeft andere zorgen aan haar hoofd. Teleurgesteld en onder lichte dwang van de overheid keert Ka naar Frankfurt terug. Het enige wat de tocht van de nieuwe Odyssee naar huis heeft opgebracht, is dat Ka verlost is van een schrijversblokkade. Negentien gedichten heeft hij geschreven tijdens het verblijf dat niet naar verwachting was: van hoog naar laag, nee, van laag naar nog lager. Afijn, troostprijs: een nieuwe dichtbundel. 

Heel eenvoudig gezegd. De scheiding van Kerk en Staat, zo prominent aanwezig in de roman, is als voorstelling geen staatszaak meer maar een familie- en relatiekwestie. Ook de negentien gedichten, als uitingen van gemoedstoestanden, zijn zo goed als gesneuveld. De compacte tekst die er rest, is een mix van vertel- en speltheater, met de nadruk op vertellen. Zoals iemand een ander een ervaring vertelt en het, tot een betere grip erop en snap ervan, kleurt met dialogen. Begint de vertelling licht, gaandeweg wordt die zwaar om aan het eind loodzwaar te zijn. Het sneeuwt niet alleen buiten maar tevens in het hoofd van de verteller.

Het landschap van de voorstelling is ronduit schitterend, de actie van de spelers treffend en passend, geen overtollige beweging. Het valt meer en meer op dat Luk Perceval met zijn regies het spektakel en de mimiek vermijdt. Hij wringt en dwingt de acteurs tot een spel waarin alles innerlijk beleefd wordt. Zo sterk moet het gespeeld worden dat de toeschouwer meeleeft en wat hij hoort en ziet zich nestelt onder zijn schedel. ‘Gecondoleerd met…’ mag geen staande uitdrukking meer zijn, maar een oprecht medeleven. 

Pierre Bokma [foto: Jules August] 
Het resultaat is zuiver spel van alle acteurs. Pierre Bokma als de voorste boottrekker. Het is, als de verteller en het hoofdpersonage Ka, zijn taak en die is raak. Maar ook Els Dottermans als de eeuwige geliefde Ipek houdt het strak, wat haar en haar rol siert. Verrassend is het spel van Frank Focketyn. Geen spoor van geschmier, iets wat hem al te vaak overkomt. Heerlijk om Focketyn eens ‘sober’ te zien spelen. De gastacteurs, van Turkse afkomst, zijn goed ingeburgerd, in de Westerse maatschappij én de voorstelling. Chapeau dus voor Melih Gençboyaci, Cecil Toksöz en Dilan Yurdakul. Ze verdienen een vast contract bij het Gentse gezelschap. Melike Tarhan zingt zonder een krasje enkele liederen. Een genot waar het verhaal niet lichter van wordt, maar zijn grijsheid door verliest. 

Melike Tarhan [zang] - [foto: Jules August] 
En ja, het moet gezegd: het decorontwerp van Katrin Brack ligt in de lijn van wat haar het best ligt en zoals we die kennen. Toch sta je ook hier weer met bewondering naar haar vormgeving te kijken. Hoe functioneel die is, zorgt voor verbazing, leidend naar opperst genot. 

Sneeuw is geen luchtige productie. Staan de spelers echter scherp en zijn de toeschouwers klaarwakker, worden de belevenis op het podium en de ervaring in de zaal een huwelijksfeest. Luk Perceval heeft uit een zwakke roman een juweel gehaald dat je wilt terugzien. En zijn de sociale belevenissen van een gezin en haar vriendenkring niet miniaturen van deze van een staat en zijn instituten? Zo bekeken is Sneeuw een portret van een land dat Westers wil zijn maar Oosters wil blijven. Een moeilijke dracht. 

guido lauwaert

SNEEUW – naar de gelijknamige roman van Orhan Pamuk  
regie Luk Perceval 
productie NTGent in coproductie met Zina / Female Economy www.ntgent.be 

De romans van Orhan Pamuk zijn uitgegeven door De Bezige Bij 



vrijdag 18 november 2016

LEGE BLOKKEN – aflevering II






Het artikel LEGE BLOKKEN heeft heel wat reacties opgeleverd. Waardoor zelfs uw kroniekkeur wijzer geworden is. Onder meer op het gebied van de hond. Een Vlaamse lezer wees me op het bestaan van een hondenras, gefokt uit de vermenging van verschillende rassen. Het nieuw soort hond, voor het eerst voorgesteld op een hondenshow in 1870, werd genoemd naar zijn kweker, de Nederlander Eduard Korthals. Ziehier een foto van, naar het zich laat aanzien, verre verwant van de legendarische magiër en medicus Johann Faust: 

Eduard Korthals 
De Griffon Korthals is een vastberaden werker en een uitstekende zwemmer. Hij is prima geschikt om in ruig terrein te werken. De bijzondere vacht beschermt hem tegen alle weersomstandigheden. Hij is een veelzijdige jachthond, van aard trouw, aanhankelijk en kameraadschappelijk, prettig van karakter, speels, waardoor hij zeer geliefd is bij kinderen. 

Een Nederlandse lezer wees me dan weer op iets wat ik wist, maar voegde er een extraatje aan toe, wat ik niet wist.
Namelijk het bestaan van twee politici in Nederland met de naam Korthals. De tweede, en mij bekende, is Frederik [Frits] Korthals Altes [1931]. Zijn werkzaam leven begonnen als advocaat klom hij vrij snel op tot prominent lid van de VVD [Volkspartij voor Vrijheid en Democratie]. Hij was minister, regeringsformateur en werd in 2002 door koningin Beatrix benoemd tot Minister van Staat. Ziehier een foto: 

Frits Korthals Altes 
Wat ik niet wist, maar onrechtstreeks door BLOKKEN nu wel weet, is dat er nog een tweede Nederlandse minister met de naam Korthals is geweest. Namelijk Hendrik Albertus [Henk] Korthals [1911-1976]. Ziehier een foto: 

Henk Korthals 
Van 1945 tot 1959 zat hij in de Tweede Kamer [België > Kamer van Volksvertegenwoordigers], eerst voor de Liberale Staatspartij, waarvan de naam in 1946 gewijzigd werd in Partij van de Vrijheid [PvdV] en in 1948 in VVD. Hij was een groot voorstander van een Europese Gemeenschap, minister en bracht het zelfs tot vicepremier. Door een opdoemend politiek schandaal van mineure kwaliteit trok hij zich in 1963 terug uit de politiek en bracht de rest van zijn leven door in familiekring, waartoe behoorde een poes met de naam Baruch en een hond, genaamd Griffon. Ziehier een foto: 

Griffon Korthals 
Beide politici hebben een vruchtbare loopbaan achter de rug. Niet alleen op politiek maar ook op familievlak. Ze hebben heel wat kinderen gehad, overwegend zonen, en zij en hun nakomelingen moeten dus ook de naam Korthals hebben. Zo zeldzaam is de naam Korthals dus niet dat hij iedereen uit het blokkenveld perplex doet staan als boer Vermeulen bij de aanblik van zijn doorweekte en gesneuvelde vlaschaard. 

Dat de naam Korthals in de roman Lijmen opduikt is niet verwonderlijk. Stortte Alfons de Ridder zich voor zijn beroep van advertentiecolporteur op de Vlaamse markt, als de schrijver Willem Elsschot mikte hij op de Nederlandse. Vandaar dat in de roman Kaas de opslagplaats van de twintig ton kaas Blauwhoedenveem heet, en Frans Laarmans [= Willem Elsschot] wil de kelders met eigen ogen zien. Ik citeer: ‘Ik wil er mij van overtuigen dat mijn kaas er veilig, frisch en ongestoord rusten zal, vrij van regen en ratten, als in een familiegraf.’ 

Wijlen compagnon de route en zwaar gemiste Johan Anthierens [1937-2000] wees al in zijn boek Het Ridderspoor [1992] op de keuze van Blauwhoedenveen als kaasopslagplaats, en dit in functie van de Nederlandse literaire afzetmarkt. Ziehier een foto: 

Johan Anthierens 
Surplus: Kon Karel Anthierens goed overweg met de rode pen, ter opsporing van taalfouten, schrapping van nutteloze uitweidingen en het rechttrekken van kromme zinnen… Johan wist ook van de rode pen, maar bij hem zat die in de top van zijn wijsvinger. Hij kon een fout op zo'n manier aanwijzen dat het schaamrood uit al je poriën bloedde. 
Terwijl hij zelf niet foutloos kon schrijven. Althans, aanvankelijk. Het was Frans Verleyen die in zijn stukken de fouten opspoorde en… zijn broer Karel. 

Dit stuk wordt u aangeboden wegens de vele heerlijke reacties van lezers, zelfs eentje van Ben Crabbé, die echter minder opgetogen is. Dat soort van humor gaat blijkbaar zijn petje te boven. Nochtans was de eerste aflevering van LEGE BLOKKEN enkel ter lering en vermaak geschreven. 

guido lauwaert
gent, 2016-11-18



donderdag 17 november 2016

LEGE BLOKKEN



Ben Crabbé 


De week begon niet al te best. In de voormiddag een kritische beschouwing geschreven over de tentoonstelling Op zoek naar Utopia in het Museum M. Dat doolhof is gelegen in Leuven, een C&A-stad zoals Nederland er ook een heeft, Utrecht om precies te zijn. ’s Middags verder gelezen in Sneeuw van Orhan Pamuk, een saaie roman, maar Luk Perceval regisseert een toneelbewerking en die productie start zaterdag a.s. Een criticus moet beslagen ten ijs komen, nietwaar, of hij zakt er door.
De avond was nog maar opgedaagd of Karel Anthierens belde – de man die mij leerde schrijven. Er moest hem iets van het hart en zonder te vragen of ik dat dan op mijn hart wilde, begon hij aan een jeremiade over Blokken, het televisieprogramma van Ben Crabbé. 

Karel Anthierens 
Geef toe, een maandag heeft een al niet te goede naam, hij kan dan toch zijn best doen om naast het negatieve met iets leuks voor de dag te komen, dat moet toch niet zo moeilijk zijn. Karel mag mij dag en nacht bellen, daar gaat het dus niet om. Waar het om gaat is dat hij zich heeft geërgerd aan de beperkte geestelijke ontwikkeling van Ben Crabbé. Precies dat is de bekende druppel.  
Ikzelf weet al geruime tijd dat een extra laag verstand bij Ben Crabbé zelfs na drie dozijn martelingen niet te achterhalen is. Niet dat hij duizend martelingen aan kan zonder een krimp te geven, maar als er niets te bekennen valt, wat valt er dan te bekennen? Een leugen om aan een verdere marteling te ontsnappen helpt niet. Heeft een beul ook maar het minste vermoeden van een leugen om bestwil, begint hij meteen aan een marteling haute couture, al zingend Eenzaam zonder jou, van Will Tura. – Goed, lang genoeg vertoefd in de martelkamer. 

‘Guido, waarde vriend, stoor ik niet?’ 
Ik lag juist vreemd te gaan en hij stoorde dus, maar beken je dat aan de leermeester die je een liberale beschaving heeft bijgebracht?
‘Spreek maître.’
‘Zonet heb ik gekeken naar Blokken. Het is mij niet om Ben Crabbé te doen. Hij heeft me lang geleden gevraagd hem te wijzen op taalfouten, maar op die vraag ben ik niet ingegaan, want ik wist toen al dat het niet eindigt. Het gaat mij om de weetjes. Ze zijn goed om je geheugen alert te houden. De flauwe moppen van Crabbé moet je er bijnemen en het ergste is als hij begint te zingen. Maar goed. Vanavond was er een nieuwe kandidaat. Hij woont in de Scheldestad en dat was er duidelijk aan te horen. Guido, een vérrr-schrik-ke-lijk Nederlands. Zelfs zijn Antwerps dialect was van een schabouwelijke kwaliteit. Het allerergste was echter, en ik zakte haast door mijn luie stoel, toen Ben Crabbé als naar gewoonte de naam noemde van de kandidaat en met een gespeelde verbaasde blik zei dat het een naam was die hij nog nooit had gehoord: Korthals. Hij vroeg de man of hij enig idee had waar de naam vandaag kwam en wat hij betekende. De kerel moest bekennen dat hij het niet wist. Waarop Ben Crabbé zich naar de jury richtte. Helaas, ook de eeuwig onzichtbare man bleef het antwoord schuldig. Met aarzelende, haast fluisterende stem, zei hij: “Komt van… korte hals”. 
Annie, om mij weer tot rust te brengen, snelde toe met een Pimm’s, hoewel ik al jaren geen druppel alcohol meer drink. Wat een schande dacht ik. Is er dan niemand daar die weet dat de begrafenisondernemer uit de roman Lijmen van Willem Elsschot Korthals heet! De man van de Korthals XIV en de Korthals XV, nietwaar?’ 
‘Chassis Renault!’ riep ik uit en Karel sloeg in een deuk.
En om de laatste kreuk in zijn humeur weer glad te strijken citeerde ik verder: ‘”De veertien is gebouwd voor ’t vervoer van lijken van stad naar stad, en de vijftien voor het overbrengen van zieken. Zij werden gewogen, mijnheer, en moesten op een vrachtbrief, tot eindelijk onze veertien aan die gruwel een einde heeft gemaakt.”’
‘Juist!’ riep Karel uit. ‘De bedrieger die opgelicht wordt door opperschurk Karel Boorman! De man heeft maar één wagen die hij met wat schminkwerk klaarmaakt voor de klant, een lijk of een halflijk, zoals Elsschot het uitdrukt. De roman is verfilmd door Robbe de Hert, en nog niet eens zo slecht ook. Met Koen de Bouw, Mike Verdrengh, Sylvia Kristel en Willeke van Ammelrooy. Zelfs Tom Lenaerts neemt een rol op zich. Allemaal vrienden van Ben Crabbé. Loopt die man zijn hoofd leeg?’ 

Voor de duidelijkheid. De, mijns inziens, meest duivelse roman van Elsschot gaat over het werven van klanten voor het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Het tijdschrift verschijnt slechts nadat Boorman voldoende winkeliers, zuster oversten, bedrijfsleiders, bankiers zover heeft gekregen dat zij instemmen met een uitvoerige beschrijving van hun zaak en een aantal extra exemplaren waarin het artikel is opgenomen afnemen om naar hun relaties te sturen, of om kandidaat klanten te wijzen op het feit dat hun ‘activiteiten’ uitvoerig in een gerenommeerd blad zijn verschenen. In werkelijkheid bestaat de oplage enkel uit… en nu schakel ik weer over naar de roman en Karel Boorman: “Eens zijn er tweehonderdvijftigduizend exemplaren geweest, indien Lipton ze allemaal verzonden heeft, wat ik betwijfel. Maar het kan, want die Engelsen zijn tot alles in staat. Er waren precies geteld tweehonderdvijftigduizend vijfentwintig exemplaren, waarvan vijfentwintig voor mijn eigen gebruik.” 

Dat ‘eigen gebruik’ is om tevoorschijn te halen als advocaten opdagen in een poging om ‘de bestelling’ ongedaan te maken. Wat niet lukt, want, nogmaals Boorman [zich richtend tot zo'n advocaat]: “Ik ben koopman in bedrukt papier, waarvan mij een zekere hoeveelheid in brochurevorm door uw cliënte besteld is en die zij betalen moeten. Zij zal be-ta-len, mijnheer, tot de laatste cent. … En jaag die mensen nu niet op kosten, met processen en zo, want hun bestelling is op zichzelf al erg genoeg.” 

We keuvelden nog wat verder, als ouderen die zich nooit bevrijd hebben van hun jongenshumor, klaagden tegen elkaar op over de dalende historische en literaire kennis van de jeugd, en namen afscheid. 
‘Karel,’ besloot ik. ‘Ik zal trachten over ons gesprek n.a.v. dat dramatisch voorval, een stuk te schrijven. Voor jou, voor Elsschot, voor mezelf – uiteraard, en kom, ook voor Ben Crabbé, want al valt er heel wat te lijmen aan de lege blokken van zijn geheugen, hij is wel an honourable man

guido lauwaert

Flauwe grappen van Ben Crabbé
[Opgelet! 24 minuten!] 


woensdag 9 november 2016

God bless Europe 


2016 

[de ochtend na de Amerikaanse presidentsverkiezingen] 

Dag van de schaamte, dag van domheid en van dollar,
Dag van dood en leven om het even,
Dag om te schrappen uit het jaar,
Dag waar geen Bach of Proust troost kan bieden,
Dag waarop de blote kont een vuile mond werd
Zure dag, die men later zal gedenken
als een dag van schande en van krenken
Dag waarop massa’s mensen met een stem
minder waard dan die der koeien –
loerend waar de melker blijft – stemden
voor een ijstijd in het nuchter denken
Dag dat Donald Duck The White House
ten geschenke kreeg
om naar hartenlust in te schelden
Dag dat de as en het stof van Lincoln, Washington,
Franklin Roosevelt, Thomas Paine en Patrick Henry,
van Marthin Luther King en Hiawatha,
van John Paul Jones en Samuel Adams
in hun graf vernederd werden
Dag waarop in de Nieuwe Wereld de Verlichting doofde
en geen weldenkend mens nog in hoop geloofde
Dag dat The American Dream een vloek werd,
omsloeg in een Nightmare vol met bloed en wonden
Dag dat Poetin en Erdogan hun ereplaats verloren
als moordenaars naar eigen wet en orde,
ten koste van een man die leeft van bluf en poker,
volksdans voor ballet aanziet 

Dag van de mens die vindt dat schieten
een kunst is dat applaus verdient,
Dag van hij die op water lopen kan
en miserie modder vindt
Dag dat geen duizend bloemen bloeien
Dag van Kriegsgericht en hakenkruis,
afgestoft, gekust en den Here opgeheven
Dag van Duivel en van God
Dag van Aftocht en van Ramp
Onthoofde dag, verwenste dag, vervloekte dag,
verloren dag, versleten dag, bedorven dag,
vermolmde dag, verrekte dag, funeste dag,
verkwiste dag, gekloven dag, verdoolde dag,
verkoolde dag, verdwaalde dag...
Dag van de Litanie der Ontheemden. 

Het is de dag waarop ik aan mijn kinderen denk,
en aan de kinderen van hun kinderen,
en aan de kinderen van mijn vrienden,
en aan de kinderen van mijn vijanden,
en aan de kinderen op de vlucht,
met in hun blik de lucht van buskruit en napalmzondag
en vrees dat zij gaan denken, later,
als zij in volvette bagger graven...
waar is het fout gegaan, door hen, voor ons? 


guido lauwaert
gent, 2016-11-09 

cartoon: Johan Baele 

vrijdag 4 november 2016

JAN FABRE FIETST


t


De nieuwste productie van de man die de wolken meet is, naar zijn aard gemeten, bescheiden. Wat hem siert. Wie het kleine… et cetera. Maar tevens een noodzakelijk goed. 



Het hele lichaam is het stemgeluid [*]
Nachtschrijver is de auteur uit zijn nacht gehaald en op het podium gezet. Het publiek kijkt retrograde mee over zijn schouders naar het creatieproces. De stemmen van Tiny Bertels, Gene Bervoets en Clara Cleymans vertolken de man, de kunstenaar en de vrouw in Jan Fabre. Stef Kamil Carlens heeft het zoemen van het brein in muziektaal omgezet. Samen met enkele liedjes die Jan Fabre dierbaar zijn – en vermoedelijk tijdens het schrijven langs zijn binnenblik passeerden – is Nachtschrijver een tedere, intieme ervaring geworden. Voor wie Jan Fabre genegen is, is door de productie de band nog steviger geworden. 

Is niet alle theater een preparatie op de dood
De titel van de voorstelling zegt veel, maar nog meer door de projectie ervan bij de intrede van het publiek. Hij is in twee woorden gesplitst die netjes onder elkaar staan. Geen koppelteken. Zowel ‘NACHT’ als ‘SCHRIJVER’ zijn evenwaardig. Verwant. Een ééneiige tweeling. Zwart op wit. Drie schragentafels met glazen blad, evenveel stoelen op een zoutvlakte. De toeschouwer proeft het zout op de tong van de kunstenaar, maar evenzeer van de drie declaranten, zij die getuigenis afleggen hoe Jan Fabre door zijn oeuvre gefietst is. Met als centrale begrip: de dood. 

Elke mens begint zijn leven als vrouw
Al is seks nooit ver weg. Want is seks niet begin, midden en slot van het leven? Het leven is om te beginnen het resultaat van een seksuele daad, met de vrouw als de voedster van het zaad. Tijdens zijn leven bedrijft de mens seks: een man met een vrouw, een vrouw met een man, een man met een man, een vrouw met een vrouw, of slaat de hand aan zichzelf. Hoeveel mensen komen er niet klaar aan het eind van het laatste levensuur? Jan Fabre shockeert niet met de samenzang van seks en dood, met het leven als echo-tenor. Hij streelt ze, wekt ze, opdat ze na de nacht de dag aankunnen. Maakt van het leven en de dood de oevers van de Styx. Verhuist ze van de verbeelding naar de pen en van de pen naar het toneel; in de woorden van Jan Fabre: Dit is de plek / die beide oevers / duidelijk maakt / dat ze niet zonder elkaar kunnen// 

Hier sta ik / voor de sprong / in het onbekende
Nachtschrijver is een selectie uit de dagboeken en de producties van Jan Fabre van 1978 tot heden. Sleutelpassages, als het ware, aan elkaar gesmeed tot een zelfstandige productie met behulp van de inwonende dramaturgen van Fabre’s Malpertuus, Troubleyn. Snit en naad zijn nauwelijks te zien. Wat de waarde van de productie slechts verhoogt. Die nog hoger wordt door de inbreng van de drie declaranten, in de programmafolder acteurs genoemd. Wat ze ook zijn, maar in deze voorstelling staat hun talent ten dienste van de voordracht. Tiny Bertels als een rechter die een proces voorzit – zoekt naar oorzaak, bezwarende en verzachtende omstandigheden tegen elkaar afweegt, en tot slot vonnis velt. Schuld eist boete. Gene Bervoets als de anarchist die chaos in de orde zoekt [wat is er heerlijker dan chaos?], de schrijver bij nacht verbeeldt en de regisseur bij dag. Clara Cleymans als de intimus, de geest van Fabre, want is het denken niet een vrouwenlichaam? Zonder te koketteren, maar verfijnd, het kleine als grote, vertolkt zij le pouvoir de la tendresse van de kunstenaar. 

Ik wil alleen vechten tegen reuzen
Al moet dat vechten niet letterlijk genomen worden. Fabre’s vechten is denkbeeldig slag leveren ten bate van de kunst, de schoonheid en de vrijheid. Daar is hij met deze bescheiden maar heerlijke productie ten volle in geslaagd. De slottekst is het orgelpunt, die de hele compositie verklaart. André Breton en Paul Éluard worden opgeroepen, samen met de acteur Gérard Philppe, naar wie het theater is genoemd waar het gezelschap van Fabre optreedt. Voor hen worden op zijn verzoek drie stoelen vrijgehouden Want – laatste zin van de slottekst: ‘De doden houden mij in het oog’. 

Envoi 
Diep doordringend in de geest en het hart van de toeschouwer – er hing een gewijde stilte in de zaal – en puntgaaf op het juiste moment klonk het lied van The Doors, The end. We, het publiek, werden het verleden in geslingerd, het verleden dat het heden en de toekomst maakt, en kwamen terecht in Heart of Dearkness en Apocalypse now van... 



guido lauwaert
gent, 2016-11-04

* de titels – op de laatste na – zijn markante gedachten van de voorstelling 


NACHTSCHRIJVER – Jan Fabre: teksten, regie en scenografie – Miet Martens & Sigrid Bousset: dramaturgie – Tiny Bertels, Gene Bervoets & Clara Cleymans: acteurs – Stef Kamil Carlens: muziek – Troubleyn: productie – www.troubleyn.be: info, speellijst & tournee.