Posts tonen met het label Elsie de Brauw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elsie de Brauw. Alle posts tonen

maandag 7 november 2016

GENT BLOEDT DOOD


Stadsschouwburg Gent, thuishaven van NTGent 


Steven Van Watermeulen, als acteur vast in dienst bij NTGent, vertrekt aan het eind van het seizoen en treedt toe tot het gezelschap van Toneelgroep Amsterdam. Het is het zoveelste teken van het verval van Gent als – op toneelvlak – artistieke hoofdstad van Vlaanderen. 

Gesteld kan worden dat acteurs, directeurs, stafleden regelmatig moeten verhuizen, om wakker te blijven. Maar… het vertrek van Van Watermeulen heeft een andere oorzaak dan een vers bed voor nieuwe pret.
Maandagochtend 7 november is acteur Benny Claessens ontslagen, net als Sophie Cocquyt, directeur Communicatie & Marketing. Eerder dit seizoen had intendant Johan Simons laten weten tot 2018 enkel nog twee regies per seizoen te doen, maar door de explosie vanochtend denkt hij eraan met onmiddellijke ingang de samenwerking te beëindigen. Elsie de Brauw wil zich dit seizoen op toneel voor kinderen richten, en dat buitenshuis. Op een paar herhalingen van oudere producties na zal zij niet meer te zien zijn op en rond het podium van het NTGent. Bert Luppes en Pierre Bokma zijn volop aan het rondbellen om elders onderdak te vinden. 

Het eens zo roemruchte gezelschap staat op instorten. Ruzies rollen het Sint-Baafsplein op. De ene is nog niet uitgebold of de andere wint aan snelheid. Ze overlappen, doorkruisen, bevruchten elkaar. De zenuwen staan bij iedereen - van hoog tot laag - zo gespannen dat een verkeerd woord het teken is om zich op elkaar te storten. Het woord moet niet eens verkeerd zijn; enkel de schijn al is goed om het gescheld zo hoog te laten oplopen dat het gebouw dreigt te imploderen.
De aard van deze situatieschets lijkt overdreven maar is het allerminst. Luc Van den Bossche, voorzitter van de Raad van Bestuur, heeft al enkele malen het hele personeel streng toegesproken. Als studenten voor een examen stonden de stafleden in de gang nagelbijtend en elkaars blik vermijdend te wachten om op rapport te verschijnen. 

Zakelijk directeur Kurt Melens wilde als Georges Danton de totale macht grijpen om de revolutie de kop in te drukken, maar dat werd door de rest van het personeel verhinderd. Hadden ze elk dezelfde reden voor verzet zou hij de strijd hebben kunnen aangaan, maar iedereen protesteerde uit eigenbelang. Daar valt niet tegen aan te tornen. Eén barricade kan je aan, desnoods twee, maar niemand drie dozijn. 

Bekijk het programma op de website van het NTGent en wat zie je? Niks opzienbarends. Geen productie waar je nieuwsgierig naar bent, op één na. Sneeuw, naar de gelijknamige roman van Orhan Pamuk. En dan voornamelijk omdat Luk Perceval de regie verzorgt en de bewerking en dramaturgie van de hand is van de immer geduldige, zachtmoedige en altijd bescheiden Steven Heene. 

De nieuwe productie van Alain Platel, i.s.m. Berlinde De Bruyckere – rasechte en gerenommeerde Gentse kunstenaars, Nicht Schlafen, is / was te zien in Antwerpen [deSingel], Brussel [De Munt], Brugge [Concertgebouw], Leuven [Stadsschouwburg]… in Italië, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje, maar niet in Gent. Een regelrechte schande. Niet in de Stadsschouwburg, maar ook niet in de Vooruit, of de Floraliënhal, wat de ideale plaats geweest zou zijn. De voorstellingen in de Jahrhunderthalle van Bochum toonden dat ontegensprekelijk aan. 

De nieuwe productie van Jan Fabre, Nachtschrijver, toert door heel Vlaanderen en Frankrijk, staat zelfs in de culturele centra van Tielt, Roeselare, Torhout, Heusden Zolder, in de Bourlaschouwburg en de stadsschouwburg van Kortrijk maar speelt niet in Gent.
De prachtige productie van Ivo van Hove en zijn gezelschap Toneelgroep Amsterdam, Over de dingen die voorbijgaan, naar de roman van Louis Couperus, reist maar houdt niet halt in Gent. De grote theaterzaal van de Vooruit zou daar de ideale locatie voor zijn geweest.
De met lovende kritieken overladen productie Geld van Luk Perceval, gepuurd uit drie romans van Émile Zola… Gent? Nu niet en nooit niet.
De nieuwe productie van Jan Lauwers en zijn Needcompany, De blinde dichter, wil de Gentenaar die zien kan hij kiezen uit Brugge, Antwerpen, Toulouse, Wenen, Athene, Basel, te veel om op te noemen.  
Dat is momenteel de situatie in Gent. Niet enkel het NTGent verliest aan waarde en inhoud, maar alle gezelschappen en theaters. De schuld kan naar de overheid doorgeschoven worden, besparingen!, en daar hebben ze een punt, maar slechts ten dele. De schepen van Cultuur, Annelies Storms, is een fijne dame, maar het ontbreekt haar aan een vuist, een ruggengraat en de strenge stem van een onderwijzeres anno 1950. Nee, de grootste verantwoordelijkheid moet in eigen huis gezocht worden. Er is ook geen samenwerking tussen de verschillende toneelhuizen. Wie solo gaat, gokt op zero en dat [onecht] getal heeft al voor menig failliet en dood gezorgd. 

De spanning is om te snijden, het gefluister waart rond, alsof Woland, de specialist in zwarte magie uit de roman De Meester en Margarita van Michail Boelgakov, met zijn trawanten in de Arteveldestad is neergestreken. Niemand met een hart van peperkoek en marsepein voor toneel is nog gerust in Gent. 


guido lauwaert
gent, 2016-11-07 

zondag 4 september 2016

MACHTIG! PRACHTIG! KRACHTIG!




In L’Étranger uit 1942, de meest gave roman van Albert Camus [1913-1960], beschouwt de hoofdpersoon de moord die hij heeft begaan als een natuurlijk gebeuren en niet als een misdaad. Kamel Daoud [1970] heeft voor het andere doel gekozen. Zijn roman, Moussa of de dood van een Arabier, wordt erkend als een meesterwerk, in hoge mate door de Prix Goncourt du Premier Roman 2015. 

Zo introvert als de verteller van Camus’ versie is, zo extrovert is die van Kamel Daoud. Hij geeft in tegenstelling tot Camus het slachtoffer, de vreemdeling, wel een naam, Moussa. Beiden, Meursault, de moordenaar bij Camus en Haroen, de broer van Moussa, vertellen hun versie van het verhaal, elk vanuit het eigen standpunt: de Frans-Algerijnse [Camus] en de Algerijns-Franse [Daoud], waarmee het vluchtelingenprobleem in zijn prille bestaan aan bod komt. 

Sfeerbeeld - foto Jules August 

Dat prille is met de jaren gigantisch geworden. Johan Simons zag na het lezen van de roman de mogelijkheid om het prille en het gigantische te verweven, waardoor een derde versie ontstond, Die Fremden. Het weefsel werd, with a big help of his friends Vasco Boenisch en Tobias Staab geen klassiek toneelspel, maar verteltheater waar beeld, actie en muziek werd aan toegevoegd. De vertelling gebeurt door vijf acteurs, twee vrouwen en drie mannen. Naast vertellers worden ze tevens personages van vlees en bloed. Het resultaat van dit alles is dat ‘De vreemdeling / Moussa’ staat voor elke vluchteling [Sisyphus]. Hij zoekt in de Oude Wereld [de berg] een Nieuw Leven [de top], maar stuit op de politici [de goden]. Zal Sisyphus zijn rots op de top van de berg krijgen en de goden verslaan?
Johan Simons weet hoe het hoort en hoe het heurt. Vanuit het besef dat alle mensen op de een of andere manier met elkaar verbonden zijn, schetst hij met zijn productie een helder beeld van de huidige toestand. De keuze ligt in de aard van het beestje. Simons is in hoge mate een humaan mens en in zijn tweede thuis, het theater, een politiek regisseur. Een probleem is er om opgelost te worden. Het Sisyphusprobleem bekijkt hij als een zaak die wij aankunnen, Wir schaffen das. Het theater is dat overigens aan de reden van zijn bestaan verplicht. Het moet tegelijk de vinger op de wonde leggen en een ziekteverslag maken ten bate van de kans op genezing. 

Beeld, actie en muziek ter verfraaiing, tegen de verveling, tot behoud van de spanning. 
Daarom dat het ‘slagveld’ van Simons’ toneelbeeld, met dank aan Luc Goedertier, een immense vlakte is, een woestijn niet van zand maar van keien. In die wereld zwerven de acteurs rond – lopend, kruipend, dwalend, dansend – en de toonaarden van hun stem roepen hoop, geloof, liefde en wanhoop, ongeloof, haat op. 

Geen acteur [m/v] is het hoofdpersonage, ze zijn het alle vijf, daarom een alfabetische volgorde: Pierre Bokma, Elsie de Brauw, Benny Claessens, Sandra Hüller en Risto Kübar. Dat ze talentvol zijn bewijst dat ze niet, bij wijze van spreken, verdwalen in de voormalige kolenhal. Hoe ver ze ook in de diepte staan, ze blijven nabij, en nabij zijn ze op de voorgrond soms ver weg, zonder het contact met das publikum te verliezen. Een sterk moment, een van de zovele, is het gooien met keien en het opdwarrelend stof. Het slaat zowel op een kinderspel, de verveling als de steniging. 

Proactief is de projectie van beelden zoals we ze kennen van televisieverslagen: vluchtelingen in lange rijen maar geduldig aanschuivend in de hoop geen vreemdeling meer te zijn, te ontsnappen aan de saute du même au même. Twee bescheiden schermen onderstrepen dat gevoel. Het wordt drukkend, op het benauwende af, als ze plaats maken voor een panoramisch scherm, dat vanuit de diepte naderbij komt en de toeschouwer geen kijker in de huiskamer meer is, maar in de werkelijkheid wordt geplaatst. De geraffineerde film[montage] van Aernout Mik roept sterke emoties op, en leidt tot een bevel: Mens… Doe wat! Niet morgen maar nu!! 

Asko/Schönberg-Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw - foto Jules August 

De muzikale leiding is in handen van Reinbert de Leeuw. Hij dirigeert strak het Asko|Schönberg-Ensemble. Het orkest staat [haast] midden in de vlakte, niet op een podium maar op het grint. De bijdrage van de dirigent en de muzikanten versterkt de wens van de regisseur: de heropwaardering van de verlichtingsgedachte binnen de huidige globalisering. De muziek van Mauricio Kagel en György Ligetti lijkt ervoor gemaakt en de uitvoering, samen met de enscenering, krijgt daardoor het effect van een dramatische opera. Al helemaal door de inbreng van de sopraan Katrien Baerts. Zij staat centraal in de vlakte en zingt Bouchara, une chanson d’amour in een verzonnen taal van Claude Vivier, waarin – voor de zangeres – niet één tel rust voorkomt. De zijderoute, de Islam met als artistieke hoofdstad Bouchara, en de mythologische figuur Marco Polo vormden de inspiratiebron van de compositie. Binnen deze voorstelling staat het lied voor een pleidooi tot behoud van het cultureel erfgoed van het Midden-Oosten. 

De première van de toneelbewerking van de roman, onder de naam Die Fremden, ging door op 2 september tijdens de Ruhrtriënnale, voor de duur van Johan Simons als intendant hernoemd als Ruhrtriiiennale. Vanaf 21 september is de voorstelling te zien bij Simons’ eigen gezelschap, het NTGent, onder de benaming De Vreemden. Locatie: Floralënhal, achter S.M.A.K. in het Citadelpark, Gent, i.s.m. GENT FESTIVAL van Vlaanderen.
Op 26 oktober is er een concertante uitvoering in BOZAR, met behoud van de Duitse titel en de filmprojectie op het panoramisch scherm. 

Die Fremden / De Vreemden is alweer een hoogwaardig locatieproject van Johan Simons. Verdient een reisprogramma waarin zeker Algiers, waar Camus school liep, en Oran, waar Daoud woont, niet mag ontbreken. Het vluchtelingenprobleem raakt met deze productie niet opgelost, maar is wel een uitgesproken getuigenis van betrokkenheid vanuit de theaterwereld. 























De acteurs, eerder genoemd - foto's Jules August 

De Vreemden - productie NTGent en Ruhrtriiiennale
copresentatie Gent Festival van Vlaanderen - 
www.ntgent.be - www.gentfestival.be 


guido lauwaert 
gent, 2016-09-04




woensdag 24 augustus 2016

ALAIN PLATEL – NICHT SCHLAFEN



foto Chris Van der Burcht 


Genoeg. Een productie mag je niet kapot repeteren. Tijd om in te pakken, vindt Alain Platel. Naar Bochum te vertrekken, waar op donderdag 1 september de première plaatsvindt van zijn nieuwste productie, nicht schlafen, op de Ruhrtriennale, door intendant Johan Simons voor de duur van zijn driejarige legislatuur herdoopt tot Ruhrtriiiennale

Na de doorloop zitten we na te praten in de artiestenloge van de studio van het eigen huis, les ballets C de la B, op de Bijlokesite in Gent. In de Arteveldestad is Alain Platel in 1956 geboren, opgegroeid en liep er school in het Sint-Lievenscollege, beroemd om zijn strak beleid, maar evenzeer voor beroemde leerlingen als Piet Piryns, Jan Hoet, Luc Van den Bossche, Jotie T’Hooft, Jef Vermassen, Ivan De Witte, Luc De Vos, René Jacobs, Zeger Vandersteene en Dirk Blanchart. Vervolgens studeerde hij Orthopedagogie. Een goed anker om een gesprek te beginnen. 

Na je studie Orthopedagogie ben je vrij snel overgestapt naar het theater. Zijn er voor jou connecties tussen die twee werelden?
Alain Platel: In het begin van mijn theaterloopbaan is me die vraag vaker gesteld en dan heb ik het telkens ontkend. Hoe langer ik echter met theater bezig ben, hoe meer dat de wereld die ik ken vanuit de orthopedagogie, doorgesijpeld is in het werk dat ik maak. Meer dan ooit heb ik het gevoel dat die wereld zichtbaar en voelbaar wordt. 

Als orthopedagoog ben je een opvoeder, maar als regisseur ook. Het publiek heeft een geestelijke en lichamelijk achterstand, en die probeer jij met je producties te verhelpen?
Zo zie jij dat? Ik zou het niet zo durven zeggen! [lacht] Ik weet niet of ik in mijn achterhoofd met het idee zit dat ik wil opvoeden, maar wel dat ik een wereld wil delen waarin ik graag verdwaal.
Dat wil elke leraar, die wil zijn visie op iets geven, en jij wil dat ook doen.
Misschien toch niet om de mensen mijn visie op te dringen. Hoewel, met een voorstelling als deze, heb ik het gevoel dat ik bij veel mensen op hun stoel pis. Maar ik heb toch niet de ambitie om in de letterlijke betekenis van het woord mensen op te voeden. Meer… delen.. voilà. Delen van een visie van de dingen, esthetisch, inhoudelijk, maar ook een soort van wereld waarin ik graag vertoef en die je ziet terugkeren in alle producties die ik maak.
Theater is toch ook een soort van onderwijs?
Ik hoor het u graag zeggen, maar ik durf het niet.
Maar je spreekt het niet tegen?
Nee, ik spreek het zeker niet tegen, nee. 

Je bent zelfstandiger geworden. Je hebt samengewerkt met anderen maar die weg langzaam verlaten. Is dat een logische evolutie voor jou geweest?
Wel, dat samenwerken met anderen doe ik tot vandaag de dag nog altijd…
sporadisch…
Sporadisch ja. Maar toch, als ik het zo zie, de samenwerking met Steven Prengels – bij wijze van spreken de componist in de nieuwe productie – is een samenwerking die al zeven jaar duurt. Ik beschouw hem niet als iemand die de muziek maakt, maar als een compagnon de route.
Heeft Steven de muziek aangebracht, of hebben jullie samen besproken welke stukken van Mahler gekozen zouden worden? Zijn lijstje naast het jouwe gelegd?
Wel, je hebt een moeilijke klant aan mij, want ik hoorde die muziek aanvankelijk helemaal niet graag. Daardoor is het voor mij een uitdaging geworden, zoals dat ook het geval was met Verdi en Wagner. Goed, ik ben dan gaan luisteren en heb er die delen uitgepikt waar ik wel voor viel; dat waren meestal de adagio’s. Het is Steven die mij – stilaan – andere delen heeft laten horen en mij gewezen heeft op de kracht ervan. 

Gustav Mahler 

Ik vind heel veel Schubertiaans in de muziek van Mahler.
Is dat zo, op welke manier?
Omdat beide componisten overgevoelige mensen waren. Ik denk dat jij dat ook bent en dat in de muziekkeuze, niet opvallend, op die gevoeligheid gewezen wordt.
Ik ga absoluut akkoord met het feit dat iemand als Mahler een overgevoeligheid heeft voor alles wat er met de mens en in de wereld gebeurt. In die context heeft Steven mij gewezen op het feit dat ik op hem gelijk. ’Je bent zoals Mahler iemand die denkt dat hij het lijden van de hele wereld op zijn rug moet torsen, en daar iets aan moet doen.’
Er is ook heel groot gedeelte van Mahler dat ik minder herken in mij. Die bitterheid, dat problematisch gedrag naar andere mensen, en vrouwen, toe… Maar de hypergevoeligheid en de manier waarop hij dat probeert te vertalen in composities die heel ingewikkeld en eclectisch in mekaar zitten, waarin je voortdurend van het ene gevoel in het andere gesmeten wordt, dat herken ik dan wel weer in mijn eigen werk.

In 'tauberbach', je productie uit 2014, was de titel van mijn recensie ‘De mens als vod’. In ‘nicht schlafen’ ga je nog een stap verder. De mens als vod die je opwaardeert. Een hommage aan de eenvoudige mens die alle ellende hem aangedaan door de politici en militairen, over zich krijgt.
Ken je het boek van Philipp Blom, ‘De duizelingwekkende jaren’?
Uiteraard.
Dit boek heeft mij zeer sterk geïnspireerd voor het maken van nicht schlafen. Blom probeert uit te leggen wat er gebeurd is in het begin van de vorige eeuw en welke gigantische veranderingen in de maatschappij er voor zorgden hoe er een soort van grote chaos, onrust, onzekerheid is ontstaan, die geleidelijk aan, aanleiding gegeven hebben tot de Eerste Wereldoorlog. Hij beschrijft in dit boek ook artiesten, waaronder Mahler, die aan dit tijdsgewricht een stem hebben willen geven.
Zoals Robert Musil dat ook heeft gedaan… en andere kunstenaars. Dat mis ik nu, in deze eeuw, eenzelfde periode als vóór WO I.
Wel… Philipp Blom beschrijft, kort, in de inleiding [*] welke parallellen hij ziet met de dag van vandaag. Niet over een nieuwe Hitler die eraan komt, maar wel de snelheid waarmee dingen veranderen in de wereld, die zorgen voor grote onrust. Het is ongelooflijk frappant om te zien wat er tijdens het repetitieproces van deze voorstelling – op een paar maanden tijd – er allemaal gebeurd is in Europa, Amerika, Afrika, de aanslagen… Dat veroorzaakte weer een grote schudding, zal ik maar zeggen, met dezelfde soort van tekenen die er honderd jaar geleden waren. Een sterk nationalisme… egoïsme, onzekerheid; dat komt allemaal terug.

Honderd jaar geleden speelde zich dat voornamelijk af in Europa, en deels Amerika, maar daar was Afrika weinig tot niet bij betrokken. Maar in ‘nicht schlafen’ betrek je dat continent er wel bij, door naast de muziek van Mahler Afrikaanse volksliederen en klankmuziek te plaatsen.
Ja, dat is waar. Ik sprak onlangs met een mevrouw uit Duitsland, een recensente, een grote fan van Mahler… Ze vertelde mij dat hij een van de artiesten was van vorige eeuw die de wereld van toen probeerde binnen te trekken in zijn muziek. Maar de wereld bestond toen voornamelijk uit Europa. Zij had het gevoel, bij het zien van een repetitie hier, dat wij iets gelijkaardigs doen, maar dat wij daar nu, zoals jij zegt, meerdere continenten bij betrekken, zoals Afrika. Wat zij zeer Mahleriaans vindt.

Ik vind bovendien dat jouw nieuwe productie evolueert van de primitieve dans naar het artificiële ballet. En zo ontstond bij mij de vraag: wordt de mens ooit volwassen?
O nee… Ik vrees van niet. Ik ben een jongen van de jaren zeventig tachtig, negentig, en ik heb het gevoel dat wij toen zoveel strijd[en] geleverd hebben, waarvan ik gedacht had, “oké, daar zijn we vanaf, eindelijk,” en nu zie ik dat allemaal terugkeren. Het racisme, het seksisme, de religie. Dat geldt niet enkel voor mij. Bij de dansers is er een jongen, een praktiserend moslim, heel open minded. Hij volgt nu heel intens wat er gebeurt in de discussie rond moslims, en het is pijnlijk om te zien hoe hij daar van afziet. Het is iemand die zijn godsdienst beleeft op een manier waar ik respect voor heb. Onlangs heb ik dan weer een andere jongen ontmoet, die heel katholiek is. Ik zat op een terras en hij kwam voorbij, op 15 augustus, een kerkelijke feestdag. We raakten aan de praat en ik vroeg waar hij vandaan kwam. Van de kerk, zei hij. Hij had de mis gevolgd. Een jongen van negentien jaar. Vind ik allemaal zeer raar.

De kwestie van het conflict tussen het Midden-Europa en de Oude Wereld is zo ingewikkeld…
Zeer ingewikkeld. Ik ben in 2001 voor het eerst naar het Midden-Oosten geweest, naar Palestina, en daar heb ik de shock van mijn leven meegemaakt, omdat ik toen besefte… “wat zich hier afspeelt, het conflict tussen Israëliërs en Palestijnen, is een grote clash tussen Oost en West.” Ik was bang dat die zich ging verspreiden. Ik heb toen ook gezien dat het veel te maken had met een permanente vernedering van de Arabieren. Als je de recente geschiedenis bekijkt zie je dat dat enorm geweest is. Kijk, dat exposeert zich nu.

Hoe dan ook, ik vind dat er veel hoop zit in jouw nieuwe productie.
Naar het einde toe, na een soort van moord op de jeugd, schuiven we naar de tweede symfonie van Mahler, een beweging van twintig minuten, die we integraal gebruiken. Daar is de opdracht aan de dansers om vanuit die diepe ellende terecht te komen in een soort van onthechting, een extreme vorm van lust for live.
Jij dicteert niet hoe ze moeten dansen, maar je geeft ze impulsen?
Ja. De meeste dingen in de voorstelling zijn getimed en getekend en afgewerkt, maar die laatste twintig minuten hebben ze als opdracht zich over te geven aan de muziek. En dat vind ik een teken van hoop.

Soms denk je – omdat bepaalde groepsdansen niet synchronisch zijn – … “dit is niet afgewerkt, maar gaandeweg vind je het mooi, tevens logisch. Je bent verder gegaan dan ooit voordien, neemt met ‘nicht schlafen’ een groot risico.
Ja, ik heb het risico genomen om sommige passages, zoals de openingsscène, zolang te laten duren in de hoop dat er met de mensen ook iets gebeurt. Laat je iets zien gedurende twee minuten, dan heb je een reactie van ‘mooi effect’, maar door het een grens te laten passeren waarbij het publiek denkt ‘waar gaat dat stoppen?’, denk ik dat er iets emotioneel loskomt bij de toeschouwer. In de laatste scène zou je ook een scène kunnen maken van drie minuten extase, maar door die twintig minuten te laten duren hoop ik dat het publiek puur intens kan beleven van wat er aan het gebeuren is. 

Berlinde De Bruyckere 

De connectie voor deze productie met Berlinde De Bruyckere?
Ik heb groot respect voor haar sinds 2002. Bij een tentoonstelling in het Caermersklooster [Gent, gl] ben ik als een blok voor haar werk gevallen. Toen we in 2010 voor het eerst met elkaar in gesprek raakten, vonden we dat we veel gemeen hebben. Op een zeker ogenblik kwam de behoefte tot samenwerking. We hebben daar lang over onderhandeld, niet alleen omdat er een aantal projecten van haar en mij al lang vastlagen, maar ook omwille van een schrik van dat er iets zou kunnen misgaan bij het wordingsproces. Dat is gelukkig niet gebeurd. 


foto Chris Van der Burght 

Wat is de verhouding paard en mens voor jou?  
Ik had Berlinde in het begin gevraagd om op een of andere manier een verwijzing naar haar paarden te hebben. Zij heeft die vraag lang afgehouden, omdat ze het gevoel had dat ze niet wou terugkeren naar dat soort van werk. Door te luisteren naar het werk van Mahler, ons te zien werken, bleek die verhouding toch een belangrijke metafoor te zijn. Ze heeft op een gegeven moment de dansers uitgenodigd om te komen kijken naar de wording van een beeld, ze hebben dat van dichtbij kunnen meemaken, met als resultaat dat de verhouding mens en paard in de voorstelling zeer intens is. Berlinde is daarom geen decorbouwer, maar haar paarden – en het doek – maken wezenlijk deel uit van de voorstelling.
In de Eerste Wereldoorlog zijn er veel paarden gesneuveld. In de Tweede zijn ze vervangen door tanks.
Mahler is opgegroeid in een huis met een café, naast een kazerne. Dit wordt vaak in verband gebracht met – en hij heeft dat ook zelf bevestigd – de combinatie van militaristische marsen, cafédeuntjes en tragische muziek… die te maken had met broers en zussen die tijdens zijn jonge jaren gestorven zijn… Die drie werelden van militarisme, dood en feest, weerklinken in zijn muziek. Vooral het militarisme met zijn parades en paarden. Het is dus niet onlogisch die paarden in verband te brengen met de tijdsgeest, én met Mahler zelf.

Het lijkt zo, maar toch blijkt de dood niet prominent naar voor geschoven in ‘nicht schlafen’.
Dit stuk maken op dit moment in mijn leven voelt zeer juist aan. Als een soort van reflectie op wat we momenteel meemaken. Ik volg de actualiteit van heel dichtbij en ik… ik word er zo wanhopig van. Te zien dat de dingen zich blijven herhalen. Dat er blijkbaar geen systeem gevonden wordt waarmee we uit de zorg geraken. Ik vind dit zeer frustrerend.
Op een bepaald moment wordt een paard omhoog getrokken, maar niet te hoog en de scène duurt heel kort.
We hebben daar heel lang over nagedacht en een soort van compromis gevonden. Ik vind het zeer ontluisterend om het geluid te horen van de kreunende katrollen en draaiwielen. 

Vind jij dat je een kunstenaar bent?
[lange zucht, als het blazen van een paard] Ik weet één ding: wat ik doe, valt compleet samen met mijn leven. Ik zou absoluut niets anders kunnen doen. Maar om mezelf kunstenaar te noemen… [aarzelt, denkt na] Ik vind het zulk belangrijk woord. Ik kan wel de mensen aanwijzen waarvan ik voel dat ze kunstenaar zijn, maar om mezelf zo aan te duiden, dat durf ik niet. Waar ik wel mee kan leven is dat ik ‘nen artiest’ ben, in de Gentse betekenis. Iemand die bezig is met rare dingen. In mijn geval zijn dat voorstellingen. Ik heb wel leren leven met de benaming regisseur. Wat wil zeggen, dat ik een soort van vaardigheid heb ontwikkeld, die in de eerste plaats te maken heeft met de zorg hoe je een sfeer kan creëren waarin een groep mensen – dansers en acteurs – zich beschermd en uitgenodigd voelt om het beste van zichzelf te geven.  

Rainer Maria Rilke zei ooit: ‘Roem is de som van misverstanden die zich rond een naam verzamelen.’ Ik denk dat jij afkering, bijna vies bent van roem?
Ja, ja… De som van misverstanden. Ik heb vorig jaar een aantal prijzen gekregen waarbij ik tijdens de uitreiking voortdurend het gevoel had “dit is een misverstand”. Uiteraard is het natuurlijk een soort van erkenning – je mag daar niet onnozel over doen – die je op een of andere manier het gevoel geeft datgene waar je mee bezig bent niet zo onnozel, dwaas, is. Daarenboven, de geldprijzen die er aan verbonden zijn, gaan onmiddellijk in een pot, een fonds waar we heel toffe dingen mee doen. Geen nieuwe producties steunen, maar sociale projecten. Onlangs nog een in Afrika, waar bij een begrafenis gewoonlijk aan iedereen gevraagd wordt iets bij te dragen. Ik geloof dat wij in de voorbije jaren al vijf doodskisten gekocht hebben.

Tot slot. De titel is een waarschuwing?
Zeker. Het is niet de tijd om in slaap te vallen.
Je voelt je gelukkig met wat je doet?

Ik ben supergelukkig.
Ik ook… met dit gesprek.
Insgelijks. 

guido lauwaert


* Philipp Blom – De duizelingwekkende jaren – De Bezige Bij – 2009 [fragment Inleiding]:
‘Net als nu drukte de consumptiemaatschappij haar stempel op de tijd. Net als nu hadden mensen het overweldigende gevoel dat ze leefden in een steeds snellere wereld, een wereld die steeds harder voortraasde met onbekende bestemming.’ 

Pieta 2007 - Berlinde De Bruyckere - foto Mirjam Devriendt 

NICHT SCHLAFEN – idee & regie ALAIN PLATEL – soundscape, componist Steven Prengels – scenografie Berlinde De Bruyckere.
info & speellijst:
www.lesballetscdela.be/nl