Posts tonen met het label Alain Platel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alain Platel. Alle posts tonen

maandag 7 november 2016

GENT BLOEDT DOOD


Stadsschouwburg Gent, thuishaven van NTGent 


Steven Van Watermeulen, als acteur vast in dienst bij NTGent, vertrekt aan het eind van het seizoen en treedt toe tot het gezelschap van Toneelgroep Amsterdam. Het is het zoveelste teken van het verval van Gent als – op toneelvlak – artistieke hoofdstad van Vlaanderen. 

Gesteld kan worden dat acteurs, directeurs, stafleden regelmatig moeten verhuizen, om wakker te blijven. Maar… het vertrek van Van Watermeulen heeft een andere oorzaak dan een vers bed voor nieuwe pret.
Maandagochtend 7 november is acteur Benny Claessens ontslagen, net als Sophie Cocquyt, directeur Communicatie & Marketing. Eerder dit seizoen had intendant Johan Simons laten weten tot 2018 enkel nog twee regies per seizoen te doen, maar door de explosie vanochtend denkt hij eraan met onmiddellijke ingang de samenwerking te beëindigen. Elsie de Brauw wil zich dit seizoen op toneel voor kinderen richten, en dat buitenshuis. Op een paar herhalingen van oudere producties na zal zij niet meer te zien zijn op en rond het podium van het NTGent. Bert Luppes en Pierre Bokma zijn volop aan het rondbellen om elders onderdak te vinden. 

Het eens zo roemruchte gezelschap staat op instorten. Ruzies rollen het Sint-Baafsplein op. De ene is nog niet uitgebold of de andere wint aan snelheid. Ze overlappen, doorkruisen, bevruchten elkaar. De zenuwen staan bij iedereen - van hoog tot laag - zo gespannen dat een verkeerd woord het teken is om zich op elkaar te storten. Het woord moet niet eens verkeerd zijn; enkel de schijn al is goed om het gescheld zo hoog te laten oplopen dat het gebouw dreigt te imploderen.
De aard van deze situatieschets lijkt overdreven maar is het allerminst. Luc Van den Bossche, voorzitter van de Raad van Bestuur, heeft al enkele malen het hele personeel streng toegesproken. Als studenten voor een examen stonden de stafleden in de gang nagelbijtend en elkaars blik vermijdend te wachten om op rapport te verschijnen. 

Zakelijk directeur Kurt Melens wilde als Georges Danton de totale macht grijpen om de revolutie de kop in te drukken, maar dat werd door de rest van het personeel verhinderd. Hadden ze elk dezelfde reden voor verzet zou hij de strijd hebben kunnen aangaan, maar iedereen protesteerde uit eigenbelang. Daar valt niet tegen aan te tornen. Eén barricade kan je aan, desnoods twee, maar niemand drie dozijn. 

Bekijk het programma op de website van het NTGent en wat zie je? Niks opzienbarends. Geen productie waar je nieuwsgierig naar bent, op één na. Sneeuw, naar de gelijknamige roman van Orhan Pamuk. En dan voornamelijk omdat Luk Perceval de regie verzorgt en de bewerking en dramaturgie van de hand is van de immer geduldige, zachtmoedige en altijd bescheiden Steven Heene. 

De nieuwe productie van Alain Platel, i.s.m. Berlinde De Bruyckere – rasechte en gerenommeerde Gentse kunstenaars, Nicht Schlafen, is / was te zien in Antwerpen [deSingel], Brussel [De Munt], Brugge [Concertgebouw], Leuven [Stadsschouwburg]… in Italië, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje, maar niet in Gent. Een regelrechte schande. Niet in de Stadsschouwburg, maar ook niet in de Vooruit, of de Floraliënhal, wat de ideale plaats geweest zou zijn. De voorstellingen in de Jahrhunderthalle van Bochum toonden dat ontegensprekelijk aan. 

De nieuwe productie van Jan Fabre, Nachtschrijver, toert door heel Vlaanderen en Frankrijk, staat zelfs in de culturele centra van Tielt, Roeselare, Torhout, Heusden Zolder, in de Bourlaschouwburg en de stadsschouwburg van Kortrijk maar speelt niet in Gent.
De prachtige productie van Ivo van Hove en zijn gezelschap Toneelgroep Amsterdam, Over de dingen die voorbijgaan, naar de roman van Louis Couperus, reist maar houdt niet halt in Gent. De grote theaterzaal van de Vooruit zou daar de ideale locatie voor zijn geweest.
De met lovende kritieken overladen productie Geld van Luk Perceval, gepuurd uit drie romans van Émile Zola… Gent? Nu niet en nooit niet.
De nieuwe productie van Jan Lauwers en zijn Needcompany, De blinde dichter, wil de Gentenaar die zien kan hij kiezen uit Brugge, Antwerpen, Toulouse, Wenen, Athene, Basel, te veel om op te noemen.  
Dat is momenteel de situatie in Gent. Niet enkel het NTGent verliest aan waarde en inhoud, maar alle gezelschappen en theaters. De schuld kan naar de overheid doorgeschoven worden, besparingen!, en daar hebben ze een punt, maar slechts ten dele. De schepen van Cultuur, Annelies Storms, is een fijne dame, maar het ontbreekt haar aan een vuist, een ruggengraat en de strenge stem van een onderwijzeres anno 1950. Nee, de grootste verantwoordelijkheid moet in eigen huis gezocht worden. Er is ook geen samenwerking tussen de verschillende toneelhuizen. Wie solo gaat, gokt op zero en dat [onecht] getal heeft al voor menig failliet en dood gezorgd. 

De spanning is om te snijden, het gefluister waart rond, alsof Woland, de specialist in zwarte magie uit de roman De Meester en Margarita van Michail Boelgakov, met zijn trawanten in de Arteveldestad is neergestreken. Niemand met een hart van peperkoek en marsepein voor toneel is nog gerust in Gent. 


guido lauwaert
gent, 2016-11-07 

maandag 12 september 2016

DE VOD ALS MENS



Figurant nicht schlafen 


Het begint met koeienbellen. Je waant je in de Zwitserse Alpen, waar het leven vredig is, als we de reclamespot van Milkana mogen geloven. In elke leugen echter zit een schakel, die de leugen ontmaskert. Hij is het beeld van drie dode paarden, klaar om naar de slachtbank gevoerd te worden. Die er even later aankomt. Na elkaar afgetast te hebben scheuren de dansers de kleren - het beschaafde vel - van elkaars lijf. Meteen is duidelijk: agressie zit in de genen van de mens. 

Foto Mirjam Devriendt 
Foto Chris Van der Burcht 



Ziehier het gevoel dat Alain Platel en Berlinde De Bruyckere in nicht schlafen gestoken hebben, en waar het publiek het honderd minuten moet mee doen. Wie dacht dat de muziek van Gustav Mahler [1860-1911] een pleister op de wonde is, komt bedrogen uit. Door de voorstelling wordt duidelijk dat de grootste laatste romanticus het leven nog valer zag dan Platel en De Bruyckere samen. Naast een flinke portie eigen ellende, kreeg hij er die van een versleten cultuur ook nog bij. Hij zag hoe de bourgeoisie van het maatschappelijk trio – politiek, economie en financiën – een uitbuiter was, waar de kleine burgerman het grootste slachtoffer van is, en dat zijn ellende maar zou toenemen. Wat ook gebeurde. Drie jaar na zijn dood, in augustus 1914, begon een slachtpartij die de geschiedenis in zou gaan als Wereldoorlog I. 

We lezen boeken over de eerste massamoord van de twintigste eeuw, kijken naar documentaires die deze periode met zwart bloed bevestigd weten door wat ons in de middenschool is ingepeperd. Zo gedetailleerd dat we er, volwassen geworden, ongevoelig voor zijn geworden. Ja, dat gebeurde, volgende bladzijde alstublieft. De voorstelling drukt de toeschouwer echter zo sterk op de feiten, dat hij inziet hoe die bladzijde van toen de bladzijde van vandaag is. Hij verlaat, als hij tenminste een aardige portie verstand en gevoel heeft, de zaal met een verzwaard gemoed. Dat ‘verzwaard’ wordt benadrukt door een minutenlange, staande ovatie. Het wachten is enkel op Doomsday, in vroeger tijden Apocalyps geheten. Waarin by the way geen drie maar vier [sprekende] paarden optreden en die om beurt de ondergang schetsen: Paard 1: Valse vrede; Paard 2: Bloed op het slagveld; Paard 3: Zwarte dorre velden; Paard 4: Bleekheid van de huid als bij lijken, verval. 

nicht schlafen wil een waarschuwing zijn. Mensen, we staan aan de rand van afgrond. De dansers zijn gezien door het verhaal van Alain Platel en de beeldvorming van Berlinde de Bruyckere – de achter- en zijwand in de vorm van een versleten, vaal doek vol gaten en scheuren, is even belangrijk als de dode paarden – de dansers dus, zijn geen dansers maar kunnen gezien worden als soldaten, maar ook als een eindeloze stoet van vluchtelingen die elkaar vertrappen en verscheuren. Bij momenten is er een rustpauze, te vergelijken met het bestand op Kerstavond van 1914 tijdens de Eerste Wereldoorlog, door de soldaten over zowat het gehele front zelf georganiseerd, en dat een paar dagen duurde. De legerleidingen waren fel gekant tegen deze Pax Noël. Maar ja, als je reebok zit te eten met krokketten, veenbessen en rode wijn in kastelen, is het moeilijk het slijk in de hersens te zien van de frontsoldaat. 

Verbroedering op Kerstdag 1914 van Duitse en Engelse soldaten Vlaamse front WO I


Na een week van rust was het weer nicht schlafen geblazen. Wakker blijven en doden om zelf niet gedood te worden. Een ijdele gedachte want er is altijd iemand anders die zijn dode makker wreekt. In dat licht bekeken heeft de titel van de voorstelling meer dan één betekenis. nicht schlafen geldt voor alle tijden, rassen, religies, generaties. Dat de eerste letter van de titel van de voorstelling in deze beschouwing uit ‘de onderkast’ [grafische term] geplukt werd, is bewust. Alain Platel kiest over de gehele lijn, van de titel tot de voorstelling, voor de underdog.
tauberbach [ook al uit de onderkast gevist] zette de mens neer als ‘De mens als vod’. Zo luidde ook de titel van mijn recensie. De vod als mens gaat een stap verder. Zat er in tauberbach nog hoop, in nicht schlafen rest slechts wanhoop. Er zit altijd een flinke brok moraalfilosofie in een productie van Alain Platel

De rustpauze, wat hoger verklaard, zit ook in de voorstelling. Met volksliederen die door de Afrikaanse spelers/dansers worden gezongen. Een tweede rustpauze is het strelen van de dode paarden en een derde het verlaten van de speelvloer om plaats te nemen op de publiekstribune, te kijken naar het slagveld met de dode paarden. Het doet denken aan een compositie van Ludwig van Beethoven uit 1813, Wellington Sieg op. 91. Als de slag gestreden is lopen soldaten rond om gewonde mensen en paarden het genadeschot te geven. Beethoven componeert het zo scherp dat de schoten je naar de keel grijpen. 



tauberbach en nicht schlafen, tot besluit, vormen een tweeluik. Is de muziek van het eerste deel van de hand van J.S. Bach, is dat van het tweede deel van Gustav Mahler. Bach componeert het glorieuze hoogtepunt van de Westerse cultuur. Mahler het roemloos dieptepunt ervan. Wat volgt is de neergang. En toch wordt die periode vaak als een noodzakelijk kwaad gezien door historici. Alain Platel heeft dat soort van wetenschappers met nicht schlafen op de vingers getikt. 

In het programmaboekje staat een gedicht van Friedrich Nietzsche. Helemaal onderaan vindt u het. 

guido lauwaert
gent, 2016-09-12 

nicht schlafen – regie: Alain Platel – decor Berlinde De Bruyckere – muziekregie: Steven Prengels - productie: Les ballets C de la B – coproductie: Ruhrtriennale – www.cdlab.be 

deSingel: woensdag 19 t/m 22 oktober 2016 - www.desingel.be 

O Mensch! Gib acht!
Was spricht die tiefe Mitternacht?
“Ich schlief -,
Aus tiefem Traum bin ich erwacht: -
Die Welt ist tief,
Und tiefer als der Tag gedacht.
Tief ist ihr Weh -,
Lust – tiefer noch als Herzeleid:
Weh spricht: Vergeh!
Doch alle Lust will Ewigkeit -,
- will tiefe, tiefe Ewigkeit!”

Friedrich Nietzsche