[doek open]
Naar jaarlijkse traditie stromen rond deze tijd de
programma’s binnen van het nieuwe theaterseizoen. Uit de klassiekers wordt een keuze gemaakt en ze krijgen een zoveelste nieuwe vertaling, bewerking, beeld- en klankspel. Ook op de weg van een roman vertonelen wordt verder gewandeld. Daarover uitweiden is dwaas. Veel
belangrijker dan de keuze bespreken lijkt me te kijken hoe de keuken draait en of er andere potten op
het vuur staan. Dat geldt zowel voor de grote, de kleine gezelschappen als de middenmoot. Een mening in elf punten.
01 – De grote klagen dat
ze te weinig subsidie krijgen, maar door hun technische middelen is hun ‘spektakelgehalte’ haast onbegrensd.
Dat ze door hun stevig netwerk en reputatie makkelijker coproducties kunnen
opzetten, en daardoor over een groter productiebudget beschikken, is aardig
meegenomen om verrassend uit de hoek te komen.
02 – De
kleine gezelschappen hebben nauwelijks middelen en wagen zich juist daardoor aan
experimenten. Wat enkel aangemoedigd kan worden, helaas is het resultaat al te
vaak mager. Al dient gezegd dat in een magere productie soms iets heel fris en
vrolijk zit, waardoor hun recht op bestaan gerechtvaardigd is en zelfs extra
steun verdient.
03 – De
middelmoot, daar is het droevig mee gesteld. Je hebt daarin twee
afdelingen. De eerste is gelieerd met de grote en krijgt daardoor extra middelen. Wat hun producties ten goede komt. De tweede
afdeling is volkomen zelfstandig. Ze mogen jaarlijks een productie ten huize
van de grote spelen, maar verder zijn ze aangewezen op de goedgunstigheid van receptieve theaters en culturele centra. En daar wringt het schoentje. Ze vallen wel eens op, maar langer dan
een seizoen met een productie op de affiche staan is eerder uitzondering dan
regel. Het vreet moreel aan hen. Nieuwe instroom is er nauwelijks en hun muziekje
klinkt soms iets sneller of trager dan dat waarmee ze hun gezelschap [meestal vriendenclubjes]
na hun schooltijd opgebouwd hebben. Is
hun bestaan nog langer verantwoord? Kan hun budget niet beter besteed worden om
zowel de grote als de kleine, en de eerste afdeling, meer ademruimte te geven? Financieel als moreel.
04 – De grote gezelschappen: Op toneelgebied komt, wat regisseurs betreft,
langzaam maar zeker een eind aan een succesgeneratie. Ook bij de acteursploeg is dat zo,
maar bij die club zie je een – soms al te trage, maar toch – verjonging; het
binnensluipen van kakelvers talent. Die heel opvallend niet uit de middelmoot afkomstig
is. Zowel in Vlaanderen als in Nederland heb je dus geen logische interne doorstroming:
van een basis- naar een midden- tot een hogeschool. Wat je bij de acteursclub wel
ziet is dat ze regisseurs volgen. Goed voorbeeld hiervan is dat sommige acteurs
van het NTGent naar München trokken, na Simons’ eerste regeerperiode bij het
NTGent, en terugkwamen toen Simons voor een tweede Gentse kroon & troon koos.
05 – Het einde van de succesgeneratie betekent vooral een
belangrijk [gespreid] moment in de podiumkunst. In het artikel over Ivo van Hove in New York [ http://parterregl.blogspot.be/2016/04/ivo-van-hove-nieuw-succes-in-new-york.html
] wordt al zijn keuze voor New York voorspeld. Die voorspelling
krijgt kracht van wet door de mededeling van Toneelgroep Amsterdam n.a.v. de
presentatie van het nieuwe jaarprogramma. De kop echter is tweedelig. Het tweede bevestigt de geruchten: Simon Stone wordt vaste huisregisseur.
Het betekent dat de
kroonprins officieel klaargestoomd wordt voor de troonopvolging. Luk
Perceval gooit in 2017 de scepter van het Thaliatheater in de Elbe en wordt
Artist-In-Residence van de KVS
[Brussel]. Over pakweg vier jaar zal Johan Simons – weliswaar Nederlander
maar staande met anderhalve voet in Vlaanderen, met Gent als zool – hem kennende,
niet kiezen om te genieten van zijn schaapjes [op het droge], maar voor
gastregies en/of loods bij gezelschappen die zonder watergids dreigen te
stranden.
06 – Het Toneelhuis is
een geval apart. Artistiek leider Guy
Cassiers is 55 jaar en zolang hij in de Bourla kan blijven zal hij dat ook
doen. Een ander belangrijk huis, in Vlaanderen of Europa, is niet voor hem
weggelegd. Heeft een productie van zijn hand succes is dat te danken aan een
coproductie met een theaterhuis met een sterkere uitstraling. Dat het Toneelhuis
die niet heeft komt door de personencultus die er heerst rond Cassiers. Een
acteursblok met een liefde en inzet zoals dat het geval is bij NTGent en
Toneelgroep Amsterdam heeft het Toneelhuis niet. Die niet bestaande uitstraling
werkt nefast op de nationale en internationale waardering. Cassiers heeft duidelijk nooit ‘Het standpunt van de regisseur’ van
de avant-gardistische toneel- en filmregisseur Peter Brook gelezen, met als centrale as: ‘De regisseur, hoe groot
ook zijn bekwaamheid ook is, is tegelijk schatplichtig aan de vertolkers van de
hoofdrollen en aan het talent van een grote groep toneelspelers, die niet
alleen hetzelfde doel dienen, maar ook homogeniteit moeten hebben verworven
door een lange periode van samenwerking.’
07 – Die homogeniteit bestaat in het NTGent
en Toneelgroep Amsterdam, en het mag verwacht worden dat Michael De Cock als nieuwe artistiek directeur van de KVS daar ook
werk zal van maken. Als directeur van t’arsenaal heeft hij daartoe al een
aanzet gegeven, maar de financiële middelen ontbraken om dat echt te
realiseren. Bovendien heeft het stadsbestuur van Mechelen hem wel
schouderklopjes gegeven maar daar bleef het bij. In de KVS heeft De Cock echter al de steun van minister van Cultuur Sven Gatz.
Door de patronage van de voormalige bierkoning zal de kassa van Michael De Cock een flinke schuimkraag hebben. Al hangt een niet onaanzienlijk deel van de
support af van de Beoordelingscommissie
Theater, zoals de officiële benaming luidt. Maar de minister heeft het
laatste woord. En daar Sven Gatz een
politicus van het Brussels Gewest is, zal de commissie niet alleen buigen maar
ook knielen. Dat zal luidkeels ontkend worden door de leden, en ook de minister
zal de gemoederen trachten te bedaren met een oprechte maar wind- en stroomvrije
reactie, maar zo werkt het nu eenmaal in de politiek. Wie dat ontkent is een
leugenaar.
08 – De Beoordelingscommissie is een vreemd
zootje. Er zitten mensen in met sterke banden bij gezelschappen, zoals Yasmina Boudia [Beursschouwburg] en Sara De Bosschere, [De Roovers]. Dat
ook Jo Decaluwé een stoel heeft is
om te huilen. Een grotere zero heeft het Vlaams theater in 500 jaar niet gekend.
Dat weet zowat iedereen uit het circuit. Zijn positie heeft hij te danken aan
een jarenlange steun uit katholieke hoek en hij weet veel over de schuine politieke
invloed. Die neemt aan kracht en macht af, maar geen partij die zal toegeven
dat in het verleden fouten of manipulaties gebeurden.
Een tweede reden om het een zootje te vinden is het feit dat de commissie nauwelijks rekening houdt met het belang van de financiële kosten. De externe faam van een gezelschap weegt zwaarder dan de interne. Bij succes van een productie / gezelschap kan de commissie een deel van het goed resultaat opeisen en daar mee pronken. Dat de winst deels komt door een goed financieel plaatje interesseert de commissie niet. Geen toeschouwer die er weet van heeft. En dus kan ze ruwweg snoeien, zonder te beseffen dat het de slagkracht van de stadsgezelschappen decimeert en diversiteit cremeert.
Een tweede reden om het een zootje te vinden is het feit dat de commissie nauwelijks rekening houdt met het belang van de financiële kosten. De externe faam van een gezelschap weegt zwaarder dan de interne. Bij succes van een productie / gezelschap kan de commissie een deel van het goed resultaat opeisen en daar mee pronken. Dat de winst deels komt door een goed financieel plaatje interesseert de commissie niet. Geen toeschouwer die er weet van heeft. En dus kan ze ruwweg snoeien, zonder te beseffen dat het de slagkracht van de stadsgezelschappen decimeert en diversiteit cremeert.
09 – Een theater is namelijk meer dan een
gezelschap met een fraai programma. Het is tevens een werkplaats om de toekomst
veilig te stellen. Die bouw je maar deskundig uit door aan verdere
talentontwikkeling te doen en de politieke, sociale en culturele evoluties en
situaties van de maatschappij te analyseren. Die te vertalen naar programmatie maar
ook op het vlak van groepswerking, zowel de artistieke als de administratieve.
De maatschappij tolt alsmaar sneller. Volgt een gezelschap dat tempo niet,
veroudert het en verliest aan invloed. Die invloed mag niet onderschat worden.
In de glorietijd van de Griekse
stadstaten was het theater de belangrijkste criticus.
Zelfs politici en filosofen keken uit naar de politieke en sociale kritieken op de jaarlijkse theaterfestivals, met als belangrijkste de Dionysosfeesten. Nog steeds bestaande feesten zijn het, hoewel verwaterd, met als belangrijkste de Gentse Feesten. Tijdens die tiendaagse heeft niet de burgemeester het hoge woord maar de ‘feestenburgemeester’, een schepen.
Wie dat zeer goed begreep was Oscar Wilde. Dat valt op, voor de lezer die niet alleen tussen maar ook onder de lijnen kan lezen, met diens quote: ‘I love acting. It is so much more real than live.’ Anders gezegd: het theater is de meest belangrijke mediaspeler.
10 – En zo komen we tot de reden waarom dit mini-essay geschreven is. Het theater,
en de stadsschouwburg in het bijzonder, is zijn rol als belangrijkste
mediaspeler kwijtgespeeld. Dat weten sommige artistieke leiders maar al te goed, helaas verkeren ze in de onmogelijkheid daar wat aan te doen door een commissie die nog trager
rijdt dan een...
Ontdaan echter van zijn moderne technische middelen verschillen hun producties niet van de Griekse tragedies
in hun oorspronkelijke inhoud en spel. Na de vele nieuwe
jaarprogramma’s voor het seizoen 2016-2017 nauwkeurig te hebben gelezen, kan ik daarom niet anders besluiten dan dat het innerlijke licht en de poëtische lucht van de
[stads]gezelschappen verzwakt. Dat komt vooral door de succesgeneratie. Het is
mooi dat sommigen dat zelf inzien, maar
hun 'zonen' zullen de geschiedenis ingaan als epigonen wanneer ze niet vrij vlug na
hun aantreden komaf maken met het theater van de succesgeneratie. Lukt hun dat zullen ze het
theater en het publiek een grote dienst bewijzen en even beroemd worden dan hun 'vaders'.
11 – Hoe die dienst een klank- en lichtspel
wordt, is nog niet geweten. Bekend is wel dat er momenteel al naar gezocht
wordt. Vreemd genoeg niet door regisseurs maar door acteurs. Al zijn er een
paar die het touw langzaam vieren, zonder de spanning te lossen. Het sterkste
voorbeeld is Johan Simons die in het
NTGent Benny Claessens alle ruimte geeft
in zijn zoektocht naar een nieuw klank- en lichtspel. Claessens' begeeft zich op zwak
ijs, schaatst op een wak. Dat kan zich tegen het gezelschap, het theater en het
publiek keren, maar verdorie, hij doet het toch.
Het siert Johan Simons dat hij dit [haast] stilzwijgend stimuleert. Omdat Simons beseft dat zelfs de theorieën van Peter Brook, Konstantin Stanislavski, Herman Teirlinck, Antonin Artaud en hun vakbroeders verouderd raken. Bovendien zal het epigonentheater het slechtste zijn wat de theaterwereld kan overkomen. Tweedehands spektakels betekenen verlies van coproducenten in het buitenland, met alle gevolgen van dien. Minder inkomsten, en geen beroemde festivals meer als dat van Avignon.
Het siert Johan Simons dat hij dit [haast] stilzwijgend stimuleert. Omdat Simons beseft dat zelfs de theorieën van Peter Brook, Konstantin Stanislavski, Herman Teirlinck, Antonin Artaud en hun vakbroeders verouderd raken. Bovendien zal het epigonentheater het slechtste zijn wat de theaterwereld kan overkomen. Tweedehands spektakels betekenen verlies van coproducenten in het buitenland, met alle gevolgen van dien. Minder inkomsten, en geen beroemde festivals meer als dat van Avignon.
Over een jaar hoef ik om het blijvend succes van het Vlaams Theater, nog niet de geboorte, maar toch al de foetus te zien van een nieuw klank- en lichtspel in enkele nieuwe jaarprogramma’s. Met een kloppend hart, beschermd door ribben en ander gebeente in wording.
[doek dicht]
guido lauwaert gent, 2016-05-09
Ajax ging ooit teloor door het aanstellen van een "manager", wat dat ook betekent, maar ik denk te weten wat dit betekent. Het verdwijnen van de "bezieling", de "betrokkenheid" bij de materie zelf. En ik voel in het artikel van Guido dat een minister die moet oordelen, of bijna anonieme commissieleden zich daar ook aan bezondigen. Ze staan te ver af van die bezieling en delen toch de centen uit. Zal niet goed komen. Een "radicale' keuze dringt zich op, in het middenveld. Zo hebben we hier in Kortrijk Buda Kunstencentrum, dat gemanaged wordt en veel geld krijgt, ook van Gatz. Vanalles wat en zonder 'imago', zijn de gevolgen. Spijtig van dat vele geld. Als managers aantreden wordt er steeds geshift naar dossiers om geld binnen te halen en niets meer. Gery
BeantwoordenVerwijderen