Van zwarte gat tot wit vierkant
Ruim een week geleden is er heel wat te doen geweest rond
het zwarte gat. Waarom er zoveel heisa over werd gemaakt, ontgaat mij compleet.
Het bestaan van het zwarte gat is al lichtjaren geleden door de Azteken, de oude
Egyptenaren, de Indianen, de Chinezen beschreven.
Enkel in Europa is het zwarte gat pas ter sprake gekomen
nadat Galileo Galileï een licht was opgegaan. Na hem zijn duizenden
wetenschappers gevolgd die omhoog keken. De bekendste van de voorbije eeuw zijn
Albert Einstein en Kazimir Malevitsj. Over de tweede zo meteen meer. Einstein keek
een minuut in zijn verrekijker, meer was er niet nodig om de beroemdste zin van
het tweede millennium van de lippen te laten rollen: Alles ist relativ.
Is het niet verwonderlijk, alweer bij wijze van spreken,
dat slechts wat niet verklaard kan worden onsterfelijkheid bezorgt? Het leven
en het werk van William Shakespeare zweeft in een relatieve lege ruimte. Welnu…
eeuwige roem. De Sfinx van het plateau van Gizeh is een pracht van een beeld,
maar tevens het grote raadsel als beeld. Resultaat… eeuwige roem. Niet zozeer
dat de duizend beelden van het Paaseiland er zijn levert ze eeuwige roem op,
maar de vraag waarom ze, op zeven na, met hun rug naar de zee staan.
De zekerheid van deze stelling – wat onverklaarbaar is,
is onsterfelijk - dankt zij in de eerste plaats aan het tegendeel. Wat niet
weerlegd kan worden is geen lang leven beschoren. Voorbeeld. De kunst van Kris
Peeters om dolken in de rug te steken. De mens die daaraan twijfelt moet nog
geboren worden. Eenmaal de geest gegeven zal Kris Peeters verdwijnen in het
zwarte gat van de geschiedenis.
Tweede voorbeeld, want op één been kun je niet lopen. Iemand de laatste jaren nog gehoord van Pater Damiaan. Enkel een student van de Leuvense universiteit die verlegen zit over een onderwerp voor zijn thesis en professor Rik Torfs aanspreekt. Enig sadistisch trekje is de hoogleraar niet vreemd.
Tweede voorbeeld, want op één been kun je niet lopen. Iemand de laatste jaren nog gehoord van Pater Damiaan. Enkel een student van de Leuvense universiteit die verlegen zit over een onderwerp voor zijn thesis en professor Rik Torfs aanspreekt. Enig sadistisch trekje is de hoogleraar niet vreemd.
Maar keren wij, alvorens de weg te verliezen, terug naar
ons uitgaanspunt: het zwarte gat. Niet alleen in het heelal maar ook in de
zeven kunsten – of zijn het er intussen negen in de derde macht? – is het
zwarte gat ten eeuwige dage aanwezig. De bekendste beeldend kunstenaar met een
zwart gat is Kazimir Malevitsj. Het zwarte gat van de foto van de week is min
of meer rond. Malevitsj daarentegen hield het op vierkantig. Schijnbaar simpel
van vorm lokt het Zwart Vierkant van
Malevitsj’s een oneindige discussie los. Let wel, aanvankelijk niet zozeer om
het schilderij zelf, aha, maar op de plaats die hij het gaf op de expositie
waar hij het voor het eerst tentoonstelde: de bovenhoek van de woonkamer waar
de modale Rus een religieus icoon hangt. Het valt te vergelijken met de
vervanging van het kruisbeeld in de kerken door een opgezet aapje. Daar lust
geen pilaarbijter steen van.
Malevitsj ontketende met die daad een mediarel. Die gaat
maar door. De bovenhoek is mettertijd overwoekerd geraakt door de diepte van
het zwart vierkant. En de tint van het zwart, want zwart is niet altijd zwart.
En of het vierkant een toegangspoort dan wel een afsluiting is. En of het
‘kunstwerk’ provocatief, constructief, extensief, explosief, evocatief of een
mélange van alle ief-en is, en wat voor soort mengeling dan. Volgens Sjeng
Scheijen in zijn pas verschenen boek ‘de
AVANT-GARDISTEN – de Russische revolutie in de kunst 1917-1935’, heeft het Zwart Vierkant zijn eeuwigheidswaarde te
danken aan het feit dat Malevitsj een geniale autodidact was. Zou best kunnen.
Genialiteit zit hem in de uitersten. Hij was zo dom dat hij gedoemd was een
vernieuwer te worden.
Om af te ronden gooien draaien we het zwart gat om en wat
zien we dan? Een wit gat. Een foto van een wit gat in de ruimte is er nog niet,
dat is speculatief, temeer daar zij de tweede wet van de thermodynamica lijkt
te overtreden. In de schilderkunst is er al wel een wit gat waargenomen, om
precies te zijn een Wit Vierkant, en wel vlakbij. In Machelen-aan-de-Leie. De
schepper ervan is Roger Raveel. Haast geen plastisch werk van hem zonder wit vierkant. Er ligt er zelfs een op zijn graf.
In 2021 is Raveel honderd jaar
geleden geboren. Dat zal gevierd worden. Het Wit Vierkant zal ons om de oren vliegen. Op T-shirts, handdoeken,
pennenzakken, boodschappentassen et cetera. Chantal Pattyn is van plan om door
haar slaven enkele programma’s rond Raveel te laten maken. Hoe deze aan de
luisteraars te verkopen is haar nog niet zo duidelijk. Nochtans, zo moeilijk is
dat niet. Je vraagt aan Jean Paul Van Bendegem om, net als voor de Maand van de Filosofie, geen reclame te
maken voor de Maand van het Wit Vierkant.
Wat hij zal doen. Publiekelijk geen reclame maken, is reclame maken. Toch?